dinsdag 3 maart 2020

Corona bekampen: antiviraal of antisociaal?

Eerst en vooral: ik ben geen arts, laat staan viroloog, maar econoom en socioloog. Dat wil zeggen dat ik niet geplaatst ben om uitspraken te doen over wat zich op cellulair niveau afspeelt, maar misschien wel over wat er zich maatschappelijk manifesteert. Voor wie geen zin heeft om alles te lezen: drie weken vakantie nemen in uw zetel is eigenlijk de beste oplossing, zeker mocht iedereen dat doen. Deel 2 "Toch geen paniek" brengt de nieuwe invalshoek aan.

Noot: Deze tekst werd opgesteld op 3 maart 2020, intussen zijn een aantal zaken oud nieuws. Noteer ook dat ik op dat moment de WHO nog gewoon volgde wat betreft het feit dat er geen aerosol-verspreiding is en dat mondmaskers niet nodig zijn. De snelle opmars en het ziektebeeld waren toen de reden om de ziekte niet te onderschatten, zoals wel gebeurd is.


Begin dit jaar brak een wereldwijde epidemie uit door het coronavirus en de griep die eruit voorkomt. De haard van de infectie was snel gevonden: een vleesmarkt in Wuhan in China. Toevallig ligt die op een boogscheut van een geavanceerd viruslab, maar de samenzweringstheorieën die daarrond de ronde doen laten we even voor wat ze zijn, want ik quote niet graag Steve Bannon. Het zou gaan om een infectie van dier op mens, die de wereld nu z'n periodieke pandemie voorschotelt, zoals er in de geschiedenis wel meer geweest zijn (pest, Spaanse Griep, ... ).

Niet enkel virussen evolueren, maar ook de maatschappij. De impact van een virus hangt zelfs af van de ontwikkeling en organisatie van de samenleving. Het lijkt erop dat we het virussen vandaag eerder gemakkelijk maken: ze kunnen zich dankzij steeds vlottere verbindingen en vrijere mobiliteit over grenzen heen alsmaar sneller verspreiden, terwijl het gezondheidsbeleid zich aan de andere kant maar traag aanpast. Een maand na de import van het virus in Italië zijn er amper zichtbare maatregelen getroffen door de overige Europese landen. De voornaamste boodschap die de burgers krijgen is dat gewoon een stevige griep is, en dat men z'n handen vaker moet wassen en minder vaak z'n gezicht moet aanraken. Sommige artsen, zoals Philippe Devos van het BVAS, zijn sceptisch, maar er is absoluut geen paniek... voorlopig. Omdat een goede wetenschapper zijn theorieën moet durven beproeven met prognoses: ik voorspel dat van 15 maart het spel op de wagen zit en er geen kalmerende praatjes meer zullen zijn. Het wordt in elk geval een sleutelmoment tussen 'net op tijd' en 'definitief te laat'.

Gewoon een griep?

Coronavirussen zorgen voor griepverschijnselen zoals influenza B (de seizoensgriep), maar vaker nog zijn het ordinaire verkoudheden. Een hevige en zeer dodelijke variant, SARS, trok rond in 2003 en zorgt tot op vandaag nog voor gedragsaanpassingen bij de bevolking in Hong Kong: zo gebruikt men bijvoorbeeld wegwerpbekers of eigen bekers als men ergens koffie gaan halen, of men wast zelf het kopje af omdat men de koffiebar niet vertrouwt (cf. doctoraatsonderzoek Julie Metta). SARS is echter ook seizoensgebonden, en verdween nog voor de pandemie goed en wel was uitgebroken door de lente in het westen. Er is ook een lokale variant MERS die vooral rond Saoudi-Arabië blijft hangen. Het nieuwe coronavirus gedijt goed in milde tot warmere landen zoals Iran en Italië in deze tijd van het jaar, dus het afzwakken van het virus zou moeten voortkomen uit eventuele mutaties. Normaal muteren coronavirussen traag, maar er is een vermoeden dat er een tweede, mildere tak van het virus is, die 30% van de infecties voor z'n rekening neemt. Soms wordt het ook omgekeerd geformuleerd, namelijk dat een krachtigere variant is ontstaan die mensen die hersteld waren van de eerste stam nog eens kan treffen. Er doen ook nog onheilspellendere berichten de ronde, als zou COVID-19 het immuunsysteem niet alleen op de proef stellen, maar ook aantasten, zoals AIDS. Dat werd eerst weggezet als spin van de CCP, de Chinese communistische partij die bekend staat voor cover-ups, maar is ondertussen overgenomen door The Lancet. Voorlopig is het koffiedik kijken, maar daarbij komt zeer welgekomen nieuws: bijna alle academische uitgeverijen hebben artikels in verband met het nieuwe coronavirus en COVID-19 gratis toegankelijk gemaakt: het gaat ondertussen al om meer dan 30 000 artikels. Het spreekt voor zich dat de uitdaging nu is om die kennis te verteren, en eruit te halen wat zinvol is.

Virussen en bacteriën overleven als ze besmettelijker zijn dan dat ze dodelijk zijn. Ebola bijvoorbeeld schakelt zichzelf uit door hun drager snel te doden (hoewel het ook kan sluimeren). Een virus zoals HIV is niet erg besmettelijk, maar blijft lang in het lichaam voor het dodelijk wordt. Verkoudheden zijn zeer dan weer zeer besmettelijk, maar helemaal niet dodelijk. Het nieuwe coronavirus lijkt een gevaarlijke combinatie te hebben gevonden: het is tegelijk dodelijker en besmettelijker dan de seizoensgriep. Men kan er zich ook moeilijk tegen wapenen: ook jonge mensen kunnen snel overlijden, zelfs niet-rokers, en alvast in de VS heeft 60% van de bevolking wel een of andere onderliggende aandoening (van diabetes en chronische hart- en vaatziektes tot een acute verkoudheid of bronchitis) die een ernstiger verloop kan inluiden. In rapporten uit Zuid-Korea wordt in een groot deel van de gevallen aangegeven bij onderliggende ziektes dat de patiënten "mentale problemen" hebben - ietwat eigenaardig.

Er werd lang beweerd dat er onvoldoende sterftecijfers voorhanden zijn, maar dat is onjuist: er is een publicatie in de New England Journal of Medicine, die enkele duizenden Chinese cases onder de loep nam, er zijn white papers van buitenlandse overheden, en er is een vrij volledige website met real-time informatie: https://www.worldometers.info/coronavirus. Daaruit blijkt dat het toch een zeer ernstig virus is, dat 2% tot 7% van de zieken doodt, en dat per zieke meer dan twee andere personen besmet. De groei is met andere woorden exponentieel. Soms helpt het om de cijfers visueel voor te stellen: een mortaliteit van 0.2% voor jongeren lijkt weinig, maar betekent ongeveer twee overlijdens in elke middelbare school. Het cijfer van 15% tot 20% voor 80-plussers impliceert dat, overlappend met andere doodsoorzaken, in een rusthuis met 100 mensen 15 tot 20 bejaarden zullen sterven, naast een deel van het personeel en de families.

Op dit moment is de sterftegraad in Italië 4.25%  (https://www.bbc.com/news/world-europe-51777049), in Iran allicht beduidend meer, in Frankrijk ca. 2% en in Duitsland minder dan 1%. De WHO schat dat gemiddeld 3.4% overlijdt, maar een journalist van De Morgen voelt zich geroepen om op basis van hearsay van een overschatting te spreken (ik leg hieronder uit op welke bandwagon hij zich bevindt). Een meer hoopgevend geluid is dat in Chinese regio's buiten broeihaard Hubei, de sterftegraad slechts 0.4% was (tegenover 0.1% voor de seizoensgriep), wat evenwel zou kunnen te wijten zijn aan een relatief efficiënte medische organisatie na de eerste schok, zowel in termen van behandeling als van afzondering. Er wordt aan getwijfeld of de Chinese cijfers wel betrouwbaar zijn, maar ook in Hong Kong, Singapore, en Zuid-Korea kan men de dodentol beperken, en die landen hebben iets meer persvrijheid.

Het is voorlopig onduidelijk of het virus zich diep in het lichaam nestelt (in de nieren en testikels) om zo terug te keren, en hoe lang de antilichamen na een herstel actief blijven: schattingen lopen uiteen van zeven dagen tot een jaar. Er zijn enkele meldingen van hervallen patiënten die overlijden, een theoretische impact op de fertiliteit, en van fibrose die de longen permanent aantast. Die onheilsberichten moeten allicht genuanceerd worden: bij elke ziekte zullen er, als er maar voldoende gevallen zijn, ook extreme complicaties zijn en medische fouten gemaakt worden. Op zich zijn er nu al ruim voldoende gevallen om daar patronen in op te merken, maar voorlopig blijft dit speculatief - al neemt de onderzoeksgemeenschap deze vragen wel ernstig. Er is een actieve subreddit waar verschillende internationale specialisten hierop zijn ingegaan. Een patroon dat je vaak ziet is dat artsen de impact relativeren. Dat is een normale kijk vanuit het microniveau: ten opzichte van bijvoorbeeld kanker, waar artsen echt machteloos tegenover staan, is corona klein bier. Het is als een moeder die een kind zegt dat het niet bang moet zijn voor een bijensteek, maar wel voor die grote hond daar, terwijl er een zwerm op het kind afstevent. Het kind is dan niet één patiënt, maar de populatie.

Ook naar het maximale bereik heeft men nog het raden - bij SARS was dit bijvoorbeeld zeer beperkt - maar gezien de besmettelijkheid wordt niet uitgesloten dat dit 60% van de bevolking kan zijn. In Teheran is de inschatting dat het om 40% gaat. De Britse overheid gaat uit van een worst-case scenario van 80%. In België houdt men het op ongeveer het dubbel van een normale seizoensgriep, die jaarlijks 500 000 Belgen treft, dus ca. 10% van de bevolking of één miljoen infecties en dus ongeveer 20 000 doden. Dat zou wel eens een grote onderschatting kunnen zijn, want tegen de seizoensgriep hebben veel mensen antilichamen door een eerdere infectie, en men kan zich laten vaccineren, wat de grootste risicogroep toch veelal doet. Een belangrijke vraag is of het aandeel infecties door quarantaines en lockdowns kan gemedieerd worden. Een artikel in de JAMA in 2007 suggereert dat een proactief optreden beter is dan reactief, en massale tests kunnen toelaten te anticiperen, maar de meeste overheden wachten tot een kritisch punt bereikt is vooraleer drastische maatregelen te nemen, en er zijn in veel landen, waaronder België en de VS, al van bij het begin te weinig tests beschikbaar.

Toch geen paniek?

In verschillende landen zien we een quasi gekopieerd draaiboek met een strategie die drie fases beslaat. Imitatiegedrag geeft een gevoel van onschendbaarheid, maar het scenario dat zich voltrekt is eerder antisociaal dan antiviraal. Je hoeft geen arts te zijn om daar vragen bij te stellen. Ik schets het typische verloop van de verslaggeving en politieke reactie even:

Aanvankelijk zijn er weinig of geen gevallen, en voelt men zich veilig en verstandig. Dan is men bezig met het 'buitenhouden van de ziekte' (eerste fase). Er is geen verklaring waarom dit even wél lukt, maar uiteindelijk zal falen. Zoals met zeer veel beleidsaspecten kan men immers helemaal niet aantonen dat men nuttige interventies pleegt, maar zolang er geen problemen zijn, zal men niet nalaten die verdienste aan zichzelf toe te schrijven.

In deze eerste fase speelt racisme een grote rol. Omdat het een exotische ziekte is, uit het verre China, maakt men een vergoelijkend verhaaltje op dat het slachtoffer beschuldigt: die Chinezen hebben onvoldoende hygiëne, eten vies rauw vlees, leven op een zakdoek en ademen smog in - natuurlijk dat daar problemen van komen! Impliciet zegt men dat wij wél goed bezig zijn, en dat het hier niet zo'n vaart zal lopen. Terloops doet men afstand van het feit dat de disruptieve globalisering hier z'n oorsprong heeft. Jongeren maakten al snel kwetsende memes over oosterlingen, en het leidde tot pestgedrag op scholen en lege Chinese restaurants. Een politicus had moeten tussenkomen met de garantie dat men zou garanderen dat 'onze' Chinezen zo goed en gezond zijn als de rest van het land. Overigens is de conclusie van een zending van de wereldgezondheidsorganisatie o.l.v. dr. Bruce Aylward dat de Chinese overheid net zeer snel gepaste maatregelen heeft ondernomen, en dat de hogere dodentol in Iran en Italië zou kunnen betekenen dat de Chinese cijfers een ondergrens zijn. Bijvoorbeeld: in China gaat men zuurstof toedienen via het bloed (aftappen en verrijken), terwijl men het elders bij traditionele beademing houdt, en zo de meest kritische gevallen niet kan redden.

In de tweede fase gaat men de verspreiding - zogezegd - proberen te beheersen. Druppelsgewijs komen de eerste zieken het land binnen, in ons geval terug van skireis. Gemiddeld besmet een corona-drager 2,2 anderen (70% meer dan influenza). Zolang je die kan traceren en isoleren, zou je de verspreiding kunnen tegenhouden. Het is echter een exponentiële reeks, waardoor dit al gauw onhaalbaar wordt. Niettemin zal men de gemoederen eerst bedaren door te wijzen op een vertraging in de verspreiding en een trage escalatie in eigen land. Door de exponentiële groei lijkt het ook alsof de laatste landen waar de epidemie uitbreekt er in absolute en relatieve termen alsmaar beter aan toe zijn dan de landen waar de epidemie vroeger kwam, zoals Italië. Dat beeld is volledig verkeerd: men moet een vergelijking maken op een gelijk moment na de uitbraak. De verspreiding volgt overigens globaal een andere curve dan lokaal: aanvankelijk is het lokaal een exponentiële functie, maar daarna wordt telkens een lokaal plafond bereikt - bijvoorbeeld omdat de meest kwetsbaren ondertussen allemaal geïnfecteerd zijn - waarna de ziekte overspringt naar een andere regio en ook daar begint aan een groei die alsmaar versnelt. Zo krijg je een schuine S die zich blijft herhalen, met telkens een ogenschijnlijke rustfase die de politici uitstel van executie gunt. Men springt dan handig over en weer van lokale naar globale cijfers. Zo is men nu in België aan het juichen omdat reeds 50 000 Chinesen genezen verklaard zijn (op 85 000) - wat ten eerste lang geduurd heeft, nog niet eens zoveel is, en alleen maar normaal met een exponentiële reeks die onvergelijkbare grootteordes laat optekenen op hetzelfde moment in de tijd.

Daarbij komt een tweede discriminatie, ten aanzien van de meest kwetsbaren: ouderen met een tienvoudig risico ten opzichte van jongeren, en mannen met een dubbel risico ten opzichte van vrouwen (in Italië zelfs 72% mannen en 28% vrouwen). Ziektes die mannen treffen, zoals prostaatkanker of in dit geval het nieuwe coronavirus, wekken minder sympathie op dan ziektes die vrouwen treffen, zoals borstkanker. De meest waarschijnlijke reden hiervoor is dat men meer sympathie heeft voor vrouwen dan voor mannen, die maar tegen een stootje moeten kunnen. De evolutionair-biologische oorzaak zou kunnen zijn dat men uiteindelijk niet veel mannen nodig heeft om de soort voort te planten, maar des te meer vrouwen. Ook wordt verwezen naar het hogere risicogedrag van mannen (in China roken veel meer mannen dan vrouwen), en dat is dan tegelijk een verklaring en een verrechtvaardiging van de hogere mortaliteit. Dat zijn argumenten die in omgekeerde zin niet aanvaard worden, zo weten we uit het genderdebat bij ons. Het rookgedrag is ten andere geen afdoende verklaring gebleken in de Chinese case.

De discriminatie van ouderen is allicht nog erger. Het sterfterisico bij zestigplussers en zeker zeventigplussers is reëel. Niemand heeft natuurlijke antilichamen door een eerdere, zachtere, variant, een vaccin bestaat nog niet, en de meeste antivirale middelen werken niet. Bij experimentele behandeling gebruikt men nu HIV-remmers remdesivir of ritonavir/lopinavir (zie ook commentaar prof. Johan Neyts op CGTN). In Italië kwam dit alvast te laat, en de hoge sterftecijfers daar hebben onder meer ook met het groter aandeel 70-plussers te maken, maar dit is niet anders in de meeste westerse samenlevingen. Er is niets rechtvaardigs aan dat deze groep nu disproportioneel getroffen zouden worden, en bij tekorten normaal gezien hun beademingstoestel zullen moeten afstaan aan jongeren. Eigenaardig genoeg heerst bij deze groep vooral gelatenheid: ze hebben in hun leven veel chaos gezien, weinig politieke slagkracht, maar hebben alle stormen doorstaan, dus ook dit zal dan wel meevallen. Een soort overleversbias zou men kunnen zeggen. 

In de derde fase breekt de epidemie uit en wordt ze endemisch. De vraag is dan of aan iedereen de nodige zorgen kunnen worden verstrekt. In Nederland en België worden patiënten nu al ontraden om naar de huisarts of het hospitaal te gaan om zich ziek te melden, in Frankrijk stopt men de screenings. De realiteit is dat men nooit tienduizenden patiënten tegelijk kan opvangen, en bovendien ook nog eens andere patiënten blootstelt aan een indirecte besmetting. Niettemin kan men, tot het zover is, beweren voorbereid te zijn en het beste gezondheidssysteem ter wereld te hebben - dat evenwel nog nooit aan een stresstest onderworpen is.

Bij deze fase komt een nieuwe ongelijkheid naar boven: die van het financiële vermogen of andere machtsongelijkheden. Op dit moment zijn er weinig indicaties, behalve bijvoorbeeld dat in de rijke Brusselse gemeente Sint-Pieters Woluwe, het gemeentehuis niet meer toegankelijk is voor mensen die van een reis uit een getroffen gebied terugkomen. Een ongelijke behandeling van burgers, en het teken dat de aristocratie zich zoveel mogelijk zal willen afschermen. In arme buurten met een hoge bevolkingsdensiteit kan men verwachten dat het zorgniveau zeer laag zal zijn - met vluchtelingenkampen als humanitair dieptepunt. In de Verenigde Staten is de dodentol alvast hoger dan in andere regio's, wat misschien te maken heeft met de ongelijke toegang tot gezondheidszorg. Ook de economische gevolgen zullen voor ongelijkheid zorgen: een kleine zelfstandige kan overkop gaan door arbeidsongeschiktheid of het wegvallen van klanten, terwijl bedrijven met meer vermogen allicht de epidemie zullen overleven en vervolgens een groeimarkt voor zich hebben met minder concurrenten.

En geen reactie...

In het licht van dit alles zou men verwachten dat de politiek tussenbeide komt. De oplossing, mijns inziens, is eenvoudig: dit virus is sociaal, want het verspreidt zich via mensen, in tegenstelling tot de vogelgriep (H5N1 of Influenza A). In de laatste twintig jaar is men zich sneller gaan verplaatsen dan ooit, en veel Europeanen zijn ze vergeten, maar wie de wereld rondreist komt grenzen tegen. Als men deze gedurende een bepaalde tijd sluit (van zeven tot viertien dagen voor het symptomatisch worden van de dragers tot twee maand voor het uitzieken) en mobiliteit beperkt (vb. geen langeafstandsverbindingen per trein, geen vluchten), kan de ziekte minstens afgeremd worden. Dat is kostbare tijd. Zo kan men langer in fase 1 en fase 2 blijven, en misschien de ziekte controleren. Bij voorkeur worden eerst de ruimste grenzen afgesloten (vb. de EU), waarna supplementair landelijke en desnoods regionale of provinciale grenzen volgen..

Zo'n aanpak van graduele afscherming (van buiten naar binnen, in plaats van containment rond de patiënt van binnen naar buiten) heeft het minste economische repercussies, want zolang een regio virusvrij is, gaat het gewone leven verder. Bovendien is de snelste communicatie tegenwoordig digitaal, en niet fysiek, dus heel veel verplaatsingen zijn helemaal niet zo noodzakelijk als men doet uitschijnen. Studenten kunnen via MOOCs lessen volgen, artsen kunnen via Skype consultaties uitvoeren, en een groot deel van de mensen in de hogere dienstensector kan van thuis uit werken. Wie verder elke dag alleen dezelfde collega's ontmoet, is evenmin een vector voor het virus. Men kan zelfs werken met groepen van mensen, die normaal contact kunnen blijven onderhouden tot hun groep geïmpacteerd is, waarna de groep opsplitst. Men kan dus 'gezonde groepen' vormen, zoals in polyamoureuze kringen. Precies door het gedrag in die zin aan te passen, kunnen we de economische en sociale activiteiten grotendeels vrijwaren. Een grote vraag is of oproepen om allen samen hetzelfde te denken en te doen (= sensibilisering) zal werken. Enerzijds zien we dat sensibiliseringsactie steeds slechts een zeer klein deel van de bevolking (ca. 20%) bereiken, anderzijds is zelforganisatie zeer waarschijnlijk. Zo zorgen buren en vrienden er snel voor dat mensen die in zelfquarantaine zitten voeding aan de deur bezorgd krijgen. In meer autoritaristische landen wacht men dit niet af en heerst quasi een oorlogswet (vb. Singapore, Israël).

De realiteit bij ons is in elk geval het omgekeerde: men vergat dat het grootste deel van de economische activiteit en het sociale leven nog steeds intraregionaal is, en gaf geen negatief reisadvies zodat 'de economie' kon voortdraaien (doldraaien?), maar uiteindelijk zichzelf wel zou vastrijden. Het risico om naar Italië te trekken werd onderschat, hoewel daar nu scholen worden gesloten en gemeentes in quarantaine plaatste. Straks zal een grote prijs betaald worden voor een handvol après-skifeesten. Tientallen tot honderden mensen zullen in thuisquarantaine geplaatst moeten worden, en al hun contacten moeten worden geobserveerd. Eens we in duizendtallen rekenen zal men dat opgeven en zal het leven stilvallen zoals in Veneto. Dorpen afsluiten in fase 2 of 3 wordt moeilijk: in dunbevolkte gebieden kan dat eventueel soelaas bieden, maar in een land met één grote agglomeratie zoals België is dit niet realistisch: de gemeentegrenzen zijn dikwijls onzichtbaar. Het is wel nog steeds mogelijk om de mobiliteit in België, van de bevolking en dus van het virus, af te remmen door proactieve sluitingen, zoals men nu in Zuid-Italië probeert, en reisbeperkingen, maar globaal is fase 1 dus nooit aangevat. Wat men niet lijkt te beseffen is dat het enige verschil tussen de uitbraak in België en Italië timing is. Het groeipatroon is net dezelfde en de maatregelen die (te laat) genomen zullen worden, zullen ook dezelfde zijn.

De vraag is waarom? Dat moet politiek begrepen worden: ten eerste zijn politici al lang niet meer bezig met het oplossen van problemen, maar - ik veroorloof me het cynisme - veeleer met het creëren ervan (vb. nationalisme dat mensen tegen elkaar opzet). Ze zijn ook niet geselecteerd op managerscapaciteiten, maar op populariteit. Dan hebben we nog het geluk dat onze bevoegde federale minister Maggie De Block huisarts is en de belichaming van het gezond verstand, maar epidemiologie is toch een ander vak waar voorzorg misschien net iets belangrijker is. Zo liegt ze vlakaf als ze zegt dat de ziekte enkel wordt overgedragen wanneer men in elkaars gezicht niest of hoest: het virus overbrugt inderdaad slechts een tweetal meter en moet zich hechten aan een aerosol, maar dat betekent dat een transmissie kan plaatsvinden wanneer men bij wijze van spreken de look kan ruiken die iemand gegeten heeft. Dat is dus toch agressiever dan zij het voorstelt in de stijl van een familiedokter. Zoals in andere landen is er ook een expertenteam (het Britse schijnt goed te zijn, het Israëlische is daadkrachtig), en heeft topman Tom Auwers een noodplan klaar, maar veel komt daarover niet in de openbaarheid - onder meer niet waarom er geen strengere reisadviezen en preventieve sluitingen zijn overwogen. Integendeel, onder de topexperten Van Ranst, Goossens, en Devos is het hommeles in verband met de mondmaskers, labotests, en ziekenhuisbedden. De minister wil mondmaskers laten maken in eigen land, maar de textielsector is daar helemaal niet toe in staat. Met dit soort schampschoten is het moeilijk geloofwaardigheid af te dwingen.

Ten tweede is er de institutionele versplintering, door een slecht uitgevoerd multilevelbeleid, waarbij de niveaus niet te dienste staan van elkaar, maar machtsgebieden afbakenen. Het dominerende idee is dat het geheel niet meer is dan de som der delen, en dat je het best alles zo decentraal mogelijk aanpakt. Dat is een model dat concurrentie belangrijker vindt dan coördinatie, terwijl bij de grote globale uitdagingen (kapitaalsmobiliteit, migratie, technologische verandering, milieuproblemen, en nu ook ziekte), een gecoördineerde aanpak juist nodig is. Dat heeft al tot pijnlijke ironie geleid, zoals grappen over het feit dat er straks meer ministers van gezondheid dan mondmaskers zullen zijn. Concreter is er bijvoorbeeld een Vlaams infonummer in het leven geroepen, terwijl dat een federale bevoegdheid is. Verwarring is in tijden van corona geen goede zaak.

Daar komt als derde oorzaak bovenop dat de bevolking, van links tot rechts, haar geloof in de politiek en in de instituties al langer verloren is. De regeringscrisis - waar niemand van wakker ligt - is daar het toonbeeld van. Er heerst enerzijds gelatenheid en permissiviteit: wie oorlogsvluchtelingen wou opvangen, tegen brexit pleitte, of voor ruime handelsakkoorden (vb. CETA) was, zal nu niet geneigd om voor een andere reden grenzen te sluiten. Anderzijds is er een zucht naar radicale oplossingen: omdat een gecoördineerd milieu- of migratiebeleid uitblijft, overheerst klimaatscepticisme en tegenwoordig ook vreemdelingenhaat. Dat is nooit de eerste keuze van de mensen, maar ze voelen zich niet geroepen om de steken op te rapen die de politici lieten vallen. Dan liever het probleem wegnemen dan het op te lossen. Dat zal leiden tot een radicaal beleid wanneer het al te laat is.

Gebruik uw kop, maar blijf eraf

We leven in een tijd van fatalisme en foute klemtonen. Zo is het klimaatprobleem geen ecologisch probleem, maar een - onaangeboord - verdelingsvraagstuk dat men zou kunnen oplossen onder mensen. De oorlogsvluchtelingen die als een bedreiging worden gezien zijn op zoek naar verbetering in hun leven, wat hen aanspreekbaar maakt. Dat is met een virus dat de mens gebruikt en uitschakelt anders, maar men is onder het mom van realiteitszin zo mogelijk nog passiever. Alarmisten (vb. vermogensbeheerder Geert Noels of de onvolprezen filosoof Rogier De Langhe) worden neerbuigend bekeken, maar ondertussen nemen internationale instellingen en multinationale bedrijven op de achtergrond uit voorzorg reeds verregaande maatregelen. Publiek wil men echter de collectieve psychologie beheersen door een bijna religieuze oproep tot kalmte, die natuurlijk geboden is, want men weet dat paniek al even problematisch kan zijn als de ziekte zelf. Maar men kan het geloof 'dat het wel zal meevallen' niet tegenover schattingen en observaties zetten. Mensen zijn zeer slecht in het inschatten van exponentiële trends en het uit elkaar halen van micro- en macrodynamieken: het individuele risico is niet het populatierisico. De intellectueel Nassim Taleb, die wel iets te vertellen heeft over probabilistiek, noemt het zelfs egoïstisch om dit niet in te zien.

Het is echter perfect mogelijk om deze uitdaging au sérieux te nemen, zich niet tevreden te stellen met peptalk en onnozele tips, én tegelijk rustig te blijven. Niemand verwacht mirakels - als het lot ons treft, dan zij het zo - maar het berouw zal komen als we niet alles gedaan hebben wat we bij machte waren om te doen, omdat we de ziekte enkel op moleculair niveau hebben proberen te ontleden, en de sociale sfeer als onmaakbaar wilden beschouwen, terwijl ze wel degelijk zeer drastisch zal veranderen door de beslissingen die nu niet genomen worden. Dan pas wordt het paniekvoetbal, meer bepaald... catenaccio.