Ten geleide
Eén van de voornaamste lessen die onze professor financiële economie mij bijbracht is dat de hoge lasten in België niet door de vakbond, maar door de wereld van het zwartgeld zijn ingegeven. Wat je aan de ene kant misloopt, moet je aan de andere kant immers binnenhalen. Zo lopen de lasten op, wat gecompenseerd wordt door kortingen, wat dan weer leidt tot non-take up, en zo winnen diegenen die er de kantjes afrijden de wedstrijd.Door als onderzoeker een zijsprong te zetten in het bedrijfsleven, vond ik vijf stappen die KMO's een grotere boost kunnen geven dan gezeur over één of twee procent loon. Het is laaghangend fruit dat niet wordt geplukt, omdat administratieve vereenvoudiging altijd wel ergens een verliezer met zich meebrengt, al was het maar de ambtenaar, politicus, of onderhandelaar die in de complexiteit zijn broodwinning ziet.
1. Van cash naar kaart
Anno 2019 is er geen reden om nog met cash te betalen, behalve voor illegale activiteiten. Nu vind ik op zich niet dat élke illegale activiteit moet bestreden worden, maar ze moet op z'n minst belast worden. Een afhaling zou dus voor 20 procent belast kunnen worden, een oplading voor 5%. Zo kom je tot 25%, wat het bedrag is van de vennootschapsbelasting.
Een tweede probleem is dat betalen per kaart duur is, en handelszaken dit niet mogen weigeren. VISA en Mastercard vragen tot één euro per transactie, dat betekent dat je bij bepaalde items verlies doet als de klant met een kredietkaart betaalt, terwijl de marginale kost van zo'n transactie ongeveer nul euro is, de toegevoegde waarde is eveneens nul. De betalingsterminals zijn eenvoudige modems, die een signaal langs het internet sturen, maar kosten handenvol geld. De overheid kan een alternatief promoten, om de falende markt te corrigeren. Eén reden waarom mensen meer en meer online shoppen komt omdat betalen daar gemakkelijk is: PayPal, automatische aanvulling kredietkaartgegevens, cryptocurrencies, etc. Dààr zit de innovatie, terwijl wij door de kredietkaartbedrijven en de wetgever gegijzeld worden.
2. Een écht eenheidsstatuut
Dat de contracten van arbeiders en bedienden geharmoniseerd moeten worden, is alleen maar evident. Zoniet creëer je apartheid en verwarring op de bedrijfsvloer. Een uurloon lijkt mij de beste vergelijkingsbasis, zelfs al betekent dit dat de wekelijkse arbeidsduur van bedienden misschien verlengd moet worden en de uurlonen verlaagd om in overeenstemming te zijn met de realiteit, of dat er bepaalde flexibiliteit moet worden erkend die er de facto al is.
Maar we moeten verder gaan dan dit: er is geen reden waarom er contracten van onbepaalde duur, bepaalde duur, uitzendarbeid, student, flexi, extra, stagiair, etc. bestaan. Maak daar één contractvorm van, waar een begindatum op staat en al dan niet een einddatum. Leg vervolgens regels op voor het aantal opeenvolgende contracten, zodat je bijvoorbeeld geen volledig kwartaal als uitzendkracht bij dezelfde ondernemer kan werken. De bemiddelingsfunctie, pooling, instroom via uitzendbedrijven blijft nuttig, maar het contracttype hoeft niet af te wijken. Hou de opzegperiode, de lasten, de rechten, etc. echter gelijk in alle gevallen. Nu gaat men bijvoorbeeld voor een flexi opteren omwille van de flexibiliteit, maar men krijgt er het lager loon en de mindere sociale bijdragen als cadeau bij. De incentive is dus om vaste krachten door flexi's te vervangen om de lasten te drukken. Die incentive ligt volledig verkeerd en benadeelt uw trouwste werknemers!
3. Vervang nog meer middlemen
Wij betalen graag belastingen als de overheid er iets mee aanvangt dat ons kosten bespaart. Een attractieve buurt, veiligheid, opleiding, sociale vrede ... Iedereen moet zijn steentje bijdragen. Opnieuw zien we dat de overheid ons kan helpen met de virtuele wereld te concurreren: maak de reële wereld aangenamer. Wat we niet willen is dat het geld in duistere putten verdwijnt waar het ligt niets te doen.
Sommigen zullen het niet graag lezen, maar wij betalen ons blauw aan allerhande ondersteunende diensten voor relatief eenvoudige zaken. SAP, kassasoftware (heeft één onderhandelaar er weet van hoeveel een jaarabonnement Lightspeed full option kost?), tijdsregistratie, loonkostcalculatie, etc. Dat is allemaal verspild geld voor iets wat computers kunnen doen als de overheid haar schaalvoordeel durft gebruiken. Sociaal secretariaten zijn zowat de vakbond voor de bedrijven, en bieden een fantastische ondersteuning aan ondernemers en starters, maar het zou een extra boost geven om hen voor die diensten in te zetten en niet om elk met een eigen informaticasysteem dezelfde handeling te herhalen, die de overheid met één knop in een app kan overnemen.
4. Pedagogie
De bovenstaande punten vereenvoudigen de zaakvoering maar ook de controle. Men gaat dit sowieso blokkeren omdat er in de realiteit nood is aan enige meegaandheid. Wil men dus de vruchten plukken van de technologische vooruitgang, dan zal die meegaandheid moeten ingebouwd worden. Daarom moeten alle inspectiediensten boetes maar als een laatste actiemiddel achter de hand houden, en de redelijkheid voorop zetten. Zoniet zijn het opnieuw diegenen die het spel zelfs niet willen meespelen en alle regels aan hun laars lappen, de zogenaamde cowboys, die de markt vervalsen. De ambtenarenmentaliteit die de zaken zwart-wit voorstelt moet eruit, en bijvoorbeeld als het gaat over veiligheid op het werk moet men naast de vaste normen, de hard law voor de hardhorigen, inzetten op soft law, begeleiding, interactie. Men denkt soms dat enkel in bedrijven met een CPBW (meer dan 50 werknemers) de werknemers betrokken zijn, maar dat is ook zo in kleinere ondernemingen waar het management de vloer kent en vice versa. De complexiteit is misschien beperkter waardoor er geen vaste syndicaal afgevaardigden nodig zijn, maar erken deze samenwerking als een manier om resultaten te boeken op vlak van veiligheid, sociale afspraken, flexibiliteit, etc. Een samenwerkingsverband tussen werkgever en overheid, en tussen werkgevers en werknemers, in plaats van regels zonder respect.
5. Van korting naar loon
Als kleine werkgever wil je je mensen kunnen belonen. Het is soms de grootste voldoening die je uit je werk haalt, want zelf sta je achteraan de keten. Omgekeerd zal het niet gaan. Wat je niet wil, is dat je hoge loonkosten hebt, maar lage lonen, omdat de overheid je geld herbestemt naar de conculega's. Nu merk ik onder kleine bedrijven geen moordende concurrentie. De markt vergroten is een gezamenlijk werk, het marktaandeel dat je vervolgens bekomt moet in overeenstemming met kwaliteit en inspanning zijn, en omdat er plafonds staan op de productiecapaciteit ga je elkaar de loef niet afsteken. Maar oudere bedrijven, spin-offs van grotere bedrijven (zie bijvoorbeeld wat in de distributie gebeurt), en dergelijke meer die hun weg kennen in het administratieve kluwen weten van alle kortingen meer te profiteren dan echte starters. De eco-premie voor investeringen is een goed voorbeeld hiervan: de premie en de administratie kosten geld, maar tenzij je als starter een groot budget en veel tijd hebt - en dus geen premie nodig hebt - ga je er geen gebruik van maken. Idem voor sociale kortingen: bij uw eerste werknemers ben je al lang blij dat je ze hebt, dan ga je niet specifiek bepaalde doelgroepen aantrekken. Dat doen de grote en oudere ondernemingen wel. Zij gaan dus met jouw belastingsgeld lopen. Wordt de effectiviteit hiervan geëvalueerd? Wordt die in verband gebracht met de bedrijfsdynamiek onder KMO's?
Het sociaal overleg is nu door de overheid geblokkeerd: de lonen mogen niet te veel stijgen om de competitiviteit te vrijwaren. Maar wij concurreren niet met het buitenland! Meer nog, de buitenlanders die in onze zaak komen zijn kapitaalkrachtiger dan de Belgen, en hebben er geen probleem mee een eerlijke prijs te betalen en zelfs vaak veel meer, terwijl de arme Belgen hun eigen boterhammen op het terras opeten. Dan zegt men dat de productieve exportsectoren een competitienadeel hebben, maar zijn komen ook werkkrachten te kort en omzeilen de loonnorm met allerlei trucs die de sociale zekerheid omzeilen, waardoor opnieuw zij die de reguliere statuten aanwerven en de mensen zekerheid bieden het gelag betalen. Een loonnorm en sectorale afspraken zijn nodig, omdat KMO's anders honderden keren hetzelfde akkoord moeten onderhandelen en er uiteindelijk altijd free-riders gaan zijn die de loonsverhoging voor hun personeel niét willen doorvoeren om onder de prijs van de concurrenten te willen duiken (de cowboys), en we moeten zorgen dat onze sector niet onaantrekkelijk wordt of teloorgaat, maar de loonnorm moet er ook voor zorgen dat de welvaart die in onze economie gecreëerd wordt, in onze economie blijft, en niet geparkeerd wordt op Zwitserse rekeningen of in onzichtbare fondsen op de Bahamas.
Conclusie
Het is te gemakkelijk om te vervallen in een getouwtrek tussen werkgevers en werknemers, met de overheid als een corrupte arbiter. De overheid moet zich zo neutraal mogelijk opstellen en niet omgekeerd herverdelen, maar kan wel haar schaalvoordeel gebruiken om aan volledige sectoren diensten te verlenen. Het omgekeerde noemt men 'broken window economics', als in: ik gooi uw ruit in om de raamproducent werk te geven. De overheid moet nagaan welke taken ze goedkoper kan uitvoeren dan de markt, moet de omgekeerde herverdeling via allerhande bijgebouwen in de sociale wetgeving stoppen, moet de contractuele afspraken vereenvoudigen zodat de mensen nog weten waarover het gaat, en moet komaf maken met de zwarte markt en de parasiterende bedrijven in het bankwezen. Een liberaal die er anders over denkt kent zijn klassiekers niet.