Door foute politieke inschattingen waar ik het eerder over had is ook België getroffen door het coronavirus en nu in een lockdown die niet enkel het sociale leven, maar ook het economische leven stillegt. De twee zijn onvermijdelijk aan elkaar gekoppeld: een groot deel van onze economische activiteit draait om sociale noden (evenementen, modes, reizen), maar zonder economisch fundament is dit geen welvaartstaat. Op dit moment is de enige zorg die om de gezondheid van de burgers - wat sommigen in de VS zelfs al hebben opgegeven nog voor de epidemie zichtbaar wordt. Binnenkort zullen er twee vragen bijkomen: (a) hoe kunnen we voorkomen dat de naweeën van de epidemie heropflakkeringen worden, en (b) hoe kan de economie heropstarten onder die omstandigeden? Bij gebrek aan kennis over mondmaskers leg ik mij toe op de tweede vraag.
De regering heeft zeer snel beslist om een veralgemeende en uitgebreide economische werkloosheid goed te keuren. De normale uitkering van 65% van het basisloon werd verhoogd tot 70% plus een supplement van ca. 150 EUR per maand. Daarnaast is er een financiële bazooka gericht op leningen en afbetalingen, zijn er tegemoetkomingen voor zelfstandigen en kleine ondernemingen, en worden zowat alle belastingen in de tijd opgeschoven. Ive Marx looft in De Standaard (DS 23/3) de stabilisatoren van het Belgisch sociaal stelsel, en dat horen we graag. We hadden dan wel geen SARS-uitbraak als generale repetitie, maar hebben toch lessen getrokken uit 'de crisis' - dat is dan de recessie van het vierde kwartaal van 2008, die in de politieke geesten meer dan tien jaar nazinderde.
Nu is er een nieuwe crisis, en hebben we dezelfde maatregelen. Dit is echter geen economische crisis, maar een gezondheidscrisis met economische gevolgen. Het onderscheid is belangrijk: de bankencrisis was 'endogeen', we hadden ze zelf veroorzaakt door een bankensysteem met te grote hefbomen, een eurozone op twee snelheden, toenemende nationale ongelijkheden, en als vuur aan de lont de private schuldenberg die de vastgoedzeepbel in de VS deed springen. Kort samengevat: de economie was oververhit en de vraagschok zorgde voor de depressie. In die omstandigheden was economische werkloosheid absoluut een 'best practice': ten eerste is er geen abrupt verlies in koopkracht, en ten tweede ontstaan er in de economische structuur geen littekens, omdat bedrijven hun werkkrachten kwijtraken en zo de relance niet kunnen inzetten als de globale economie opnieuw aantrekt. België was daardoor een van de allereerste landen die uit het dal kroop, maar we hebben nagelaten dat positieve nieuws te brengen omdat er politiek gebruik gemaakt werd van het zwakke gestel van de natie na de bankencrisis om het het land en haar instellingen systemisch aan te vallen. De rest is geschiedenis en heeft ons niet voor corona behoed.
De gezondheidscrisis is echter niet endogeen, maar exogeen, en ondertussen endemisch en pandemisch. Dat wil zeggen: ze tast ons sociaal en economisch weefsel aan én de internationale, al dan niet economische, relaties. Dit zorgt voor zowel een vraagschok als een aanbodschok. Laat ik beginnen met dat laatste. We zien dat internationale logistieke operaties en het verzekeren van de aanvoerketens een huzarenstuk worden. Grenzen zullen, om de naweeën van de epidemie op te vangen, nog langer gesloten blijven. In het algemeen zal mobiliteit vertragen door extra controles, voorzichtigheid, onzekerheid, etc. Het is een belangrijke taak binnen de Europese Unie om die productieketens te vrijwaren. Zoals tijdens en na de tweede wereldoorlog hebben we elkaar nodig, zelfs meer dan ooit. Natuurlijk zal de neiging blijven bestaan om zich op eigen parochie terug te plooien, en zijn de partijen aanwezig om die tendens te versterken, maar dit is niet wat we nodig hebben. Er zullen gebieden zijn die sneller heropveren dan anderen, en zij moeten de rest uit het slop trekken, medisch en economisch. De reflex van de ECB en internationale monetaire instellingen was al heel snel 'to do what it takes', wat betekent: voortzetten wat men al deed, namelijk de geldkraan opendraaien via 'quantitative easing', of goedkoop geld lenen aan de banken om liquiditeitsnoden op te lossen en investeringen aan te zwengelen. De verkeerde oplossing tijdens de bankencrisis, maar straks kan het wel helpen om na de verzwakking door de gezondheidscrisis de economie opnieuw op te starten, met vallen en opstaan. Ook nationaal zal er ondersteuning nodig zijn, maar daar heb ik het dadelijk over.
Ten tweede is er de vraagschok waar men zo beducht voor was. Nochtans wordt deze, mijns inziens, verkeerd begrepen. In tijden van 'nood' is er per definitie geen vraagschok. Integendeel, er is meer vraag dan ooit. Bovendien is economische werkloosheid op zich niet noodzakelijk om de koopkracht te vrijwaren: bij een gewone werkloosheid is er ook een uitkering, die langer loopt in de tijd, en in zijn originele vorm even hoog is. Het verschil zit in de werkgarantie. Dankzij economische werkloosheid verlies je dan wel je loon (en krijg je een uitkering in de plaats), maar je behoudt je job.
Natuurlijk was het noodzakelijk om de werknemers uit de 'contactsectoren' (detailhandel en horeca) te overtuigen te stoppen met werken en thuis te blijven, zoniet zou er snel uitwijkgedrag komen zoals we dat in de informele contactsectoren (drugshandel en prostitutie) zien, en daarmee wordt het infectieprobleem net groter. Men mag deze maatregel echter niet in steen bijtelen. Eigenlijk moet ze op termijn zelfs afgezwakt worden. Daar heb ik drie redenen voor, in volgorde van begrijpbaarheid:
1. Betaalbaarheid overheidsuitgaven
De epidemie uitzieken vraagt onbepaalde tijd, en de getroffen sectoren zijn breder en arbeidsintensiever dan de exportgerichte sectoren die door de bankencrisis getroffen werden. We spreken over zowat een kwart van de werkende bevolking in het stelsel van economische werkloosheid. Dat is ongezien: minder dan een derde van de Belgen moet op dit moment de rest van het land onderhouden. Vanzelfsprekend is dit niet vol te houden en moeten er schulden gemaakt worden. Elke overheidsschuld is in feite een toekomstige belastingsverhoging, dus de vraag is op wie vervolgens de kosten zullen (kunnen) verhaald worden?
Ons land heeft gelukkig grote particuliere spaarreserves en enige zin voor solidariteit - de miljarden in zonnige landen niet te na gesproken. Het is evenwel niet ondenkbaar en valt zelfs te hopen dat de coronacrisis die eindjes aan elkaar bindt. Een gemakkelijke oplossing om alvast de kleine man te ontzien is het kwijtschelden van huurgelden en interestafbetalingen voor de duur van de gezondheidscrisis: het is namelijk niet de bedoeling dat de overheid met de genomen maatregelen huisbezitters en banken warmhoudt via het stelsel van economische werkloosheid.
2. De levensduurte
Eén van de grote bekommernissen voor onze samenleving - en dat is prachtig - is dat men niet tweemaal geraakt zou worden door het virus: eerst fysiek, dan financieel. We willen niet dat de zwakkeren het gelag moeten betalen: noch zij die fysiek zwakker zijn, noch zij die financieel zwakker zijn. De getroffen economisch sectoren, met veel menselijk contact, zijn te vinden in de lagerbetaalde diensteneconomie. Handel, horeca, kapperszaken: naast de zelfstandigen zonder personeel en de uitzendsector zijn dit de sectoren waar zich in België werkende armen situeren. Een belangrijke component daarbij is, meer nog dan de hoogte van het loon, het arbeidsvolume dat het uiteindelijke arbeidsinkomen bepaalt (een ander inkomen is er vaak niet). Die mensen hebben hopelijk allen voorbeeldig sociale bijdragen betaald, en verdienen nu sociale zekerheid. Dit zal na corona niet meer ter discussie staan.
Anderzijds is het echter typisch aan deze lockdown dat de levensduurte daalt. We gaan onvermijdelijk duurzamer leven door eenvoudigweg thuis te blijven. Tal van uitgaven (benzine, uitstapjes, modegrillen, etc.) zijn er niet. Andermaal, ik wil er armen niet van verdenken zich te laten verleiden door luxe en impulsaankomen, maar een deel van onze economie teerde daarop. Op basis daarvan zou de werkloosheidsuitkering dus iets lager kunnen, punt (1) met het kwijtschelden van huur en interestafbetalingen indachtig. Daarbij moet rekening gehouden worden met het arbeidsregime, zodat deeltijdwerkers niet in een al te precaire situatie gebracht worden, of zelfs met het huishoudelijk inkomen.
3. Een economische transitie
Door het coronavirus zal de economische structuur wellicht wijzigen: men ontdekt telewerk, koeriersdiensten, het belang van de eigen landbouwsector, maar ook valse noden zoals wegwerpkleren en onhoudbare pleziertjes zoals citytrips per vliegtuig. We weten nu wat 'onmisbare' beroepen zijn: artsen, verplegend personeel, onthaalouders, rekkenvuller, vorkheftruckchauffeurs. Een aantal daarvan had een andere status voor de epidemie uitbrak. De onzichtbare hand had klaarblijkelijk de kaarten verkeerd geschud, en ze zullen niet opnieuw verdeeld worden zoals ze lagen. Zo wordt de gezondheidscrisis een systeemcrisis die zowel sociaal als economisch is. Ze is een rechtstreeks gevolg van globalisering en technologische vooruitgang die de wereld dichterbij bracht en de mensen sneller met elkaar in contact bracht. Ziektes zijn immers een sociaal gegeven.
Anders dan na de bankencrisis zal de economische activiteit niet zomaar aantrekken als de wereldeconomie terug naar een evenwicht gaat. De wereld zal trouwens waarschijnlijk langer ziek blijven dan ons land, dus het buitenland wordt geen motor van groei. Maar ook de interne markt verliest dynamiek. Detailhandel en horeca zullen slechts aarzelend opnieuw opstaan, en men zal dus niet onmiddellijk alle economisch werklozen opnieuw kunnen inzetten. We kunnen ons het sociale leven tijdens de naweeën van de epidemie op dit moment moeilijk voorstellen, maar in China zie je dat het niet hetzelfde is al tevoren, en dat was niet anders na de SARS-epidemie. Deze sectoren zullen bovendien het hoogseizoen (lente) gemist hebben en kunnen onmogelijk levensvatbaar zijn in de eerste maanden na de lockdown, zowel zonder als onder corona. Om ze een kans te geven zal de overheid moeten tussenkomen met bijvoorbeeld belastingsverminderingen, en huurprijzen zullen moeten worden herzien.
De vraag is daarenboven of economische werkloosheid - de mensen in de waan laten dat het leven ongewijzigd hervat - überhaupt wel een functioneel instrument is in dit geval. Deze werkonderbreking wordt door sommigen reeds als vakantie beschouwd, en voor wie niet geteisterd wordt door ziekte of mentale zorgen, én boven de armoedegrens uitsteekt, is de lockdown eigenlijk geen zware beproeving. Anderen draaien dan weer overuren, komen handen te kort om te oogsten, hebben geen andere keuze dan op te dagen bij zorgbehoevenden, of zijn de ware helden van vandaag die hun eigen gezondheid op het spel zetten. Zij krijgen applaus, maar verdienen eigenlijk meer.
Willen we zorgen voor een eerlijke verloning én voor een overgang naar die economische activiteiten die nu nodig zijn en in de toekomst nodig zullen blijven, dan moet er een wig bestaan tussen de uitkering en het loon. Dat is een probleem dat we al langer hebben, en dat eigenlijk neerkomt op de economische reactie op het invoeren van een basisinkomen: iedereen moet op een minimum kunnen terugvallen, maar wie dan zijn tijd inzet om te werken voor anderen, moet beloond worden. Dat is normale arbeidseconomie, en het is ook wat we zouden moeten zien als de trend zich doortrekt: verpleegkundigen, koeriers, kinderopvang, landbouw, ... zou relatief beter verloond moeten worden, omdat de vraag toeneemt, niet omdat het onze competitiviteit bepaalt. Als ook de maakindustrie in de EU volgt in de loongroei die nodig is om de economie opnieuw op gang te trekken kan de internationale balans hersteld worden door een aanpassing van de wisselkoers - afhankelijk van hoe het in andere continenten met de economie gesteld is.
Het coronavirus zorgt voor een ongeziene maatschappelijke uitdaging, en slaat enorm diepe wonden, zowel persoonlijk als op vlak van het vertrouwen in de instellingen. België doet het beter dan sommige omliggende landen, maar beter is niet altijd goed genoeg. Zelfs zij die nu alles in het werk stellen om ons hierdoor te loodsen, moeten zich in alle stilte en discretie afvragen of de juiste klemtonen gelegd werden in het beleid van de afgelopen decennia. Dat zal een analyse van sterktes en zwaktes opleveren, maar men moet zich niet in de geschiedkunde verliezen alsof het een regeringsvorming betrof. Dit is het moment om ook naar uitdagingen en bedreigingen te kijken. De manier waarop we nog tijdens de gezondheidscrisis de economie ondersteunen en heroriënteren, en de sociale vraagstukken op een rechtvaardige manier beantwoorden, wordt cruciaal. De helden van vandaag moeten ervoor zorgen dat we dit samen overleven, de rest kan zich alvast nuttig bezighouden met het voorbereiden van een vervolgverhaal. Dat zal gaan over big data, digitalisering, procesoptimalisatie, werkorganisatie, investeringen in menselijk kapitaal, maar ook ecologische duurzaamheid, sociale gelijkheid, en individuele vrijheden. Zaken waar we lippendienst aan bewezen omdat we het te druk hadden met welvarend te zijn.