Een belangrijke vraag vandaag is de positie van het individu in de maatschappij. Dient het individu de gemeenschap, of is het andersom? De opgang van het traditionalisme in Europa en a fortiori in Rusland, maar ook in de Verenigde Staten, de Filippijnen, en uiteraard in Turkije en de Maghreblanden lijken de verworvenheden van de Verlichting terug te schroeven. We merken een extreem waardendiscours dat paradoxaal genoeg de mens waardigheid ontneemt: als moraal is voorgeschreven, is er geen deugd wanneer men conformeert. Men wordt behandeld op het ethisch ontwikkelingsniveau van kinderen.
Het (nieuwe?) traditionalisme is een quasi vrije keuze tot onderwerping, die we soms verachtelijk (SM, humiliatie, hoofddoek), soms prachtig vinden (tribale dansen, "moeders keuken", folklore). We moeten echter vaststellen dat de mens hiertoe in staat is, en vanuit het respect voor het individu de vrijwillige onderwerping erkennen als een reëel fenomeen. Althans, we moeten dit erkennen om niet voortdurend verrast te worden door de sociale omwentelingen die door deze moraal zijn ingegeven, zoals de terugkeer van het fascisme. Het opleggen van een tegenmoraal is geen oplossing: uit weerzin voor de islamisering het orthodox Christendom belijden verandert voor homo's of onderdrukte vrouwen hoegenaamd niets. De enige mogelijkheid is het aanreiken van alternatieve denkwijzen en het benoemen van de contradicties die lijden tot voortdurend conflict.
Laat ik alle gemeenschapsideologieën tribalisme noemen: nationalisme, communautarisme, stammenpolitiek, racisme, religieuze convicties, etc. hebben alleen gemeen dat een welomschreven groep voor zichzelf zorgt, en Lebensraum behoeft ten koste van anderen. De 'stammen' strijden dus voor moreel territorium, en zetten daar hun onderdanen voor in. Tribalisme werkt altijd op zich: als iedereen de regels volgt, is zo'n systeem stabiel. Problemen duiken alleen op bij dissidentie, wanneer een individu het zich permitteert de morele regels niét te volgen. Doorgaans wordt dit opgelost door hypocrisie: men ontkent dat iets bestaat. Ook feminisme dat machismo ontkent als natuurstaat en het als eeuwige missie beschouwt om het te vernietigen waar het door vergroeiingen is gevormd, is hypocriet. Terwijl hypocrisie eigenlijk het voornaamste positieve kenmerk is van tribalisme, namelijk een element van tolerantie, wordt het steeds nadrukkelijk veroordeeld: men ziet het als een slippery slope om toe te geven dat perfecte uniformiteit niet haalbaar is. Het gevolg zou zijn dat voor iedereen de morele codes vervallen. Vaak vraagt tribalisme een totale lichamelijke overgave: offerrituelen en kamikaze, zelfkastijding, lichaamsversiering, haartooi, etc. In ruil voor fysieke inspanning verkrijgt men mentale ontspanning: men gaat op in het systeem, hoef niet moreel na te denken, wordt aanvaard.
Daartegenover staan universalistische filosofieën zoals het humanisme of het taoïsme, en Verlichte ideologieën zoals het socialisme/communisme en het liberalisme. Let wel: zowel humanisme, taoïsme, socialisme, en liberalisme raken geperverteerd door het codificeren van de waarden, waarbij onthechting, solidariteit, en meritocratie verabsoluteerd worden en men gaat geloven dat de eindstaat bereikt kan worden door het belijden van de waarden, eerder dan dat de waarden een gevolg zijn van de staat waarin men verkeert. Dit leidt tot de bekende problemen met het 'verspreiden van democratie' in de Arabische wereld.
In het universalisme is het individu belangrijk en inwisselbaar: in welke stam men geboren wordt moet ethisch neutraal zijn. De waarden vormt men zelf, maar men moet de vrijheid krijgen om die te vormen. Het taoïsme gaat daarin het verste: men mag niet oordelen over anderen of interveniëren in het leven en de ethische ontwikkeling van anderen. Men kan er enkel 'het zijne van denken'. Ik ga toch graag één of twee stappen verder: men mag het geloof van anderen in vraag stellen, en men mag zelfs een alternatieve denkwijze aanbieden. Universalisme laat de keuze over aan het individu, en zal vaak sneuvelen als het individu alsnog kiest voor tribalisme. Universalisme kan immers enkel tot de beste uitkomst leiden wanneer het voor iedereen de beste keuze is. Als in een prisoner's dilemma zal men hier echter snel van afwijken door misleiding, en nooit meer terugkomen tot het evenwicht. Populisten maken hier handig gebruik van. Niettemin zijn universalistische ideeën sterk, en blijft er ook vaak een individueel voordeel bestaan, waardoor ze niet verdwijnen. Ze zijn ook moeilijk om te vergeten. Opnieuw is het taoïsme de taaiste klant: omdat de regels niet eens omschreven zijn moet het individu zich mentaal inspannen, de strijd tussen goed en kwaad (of halal en haram) opgeven, en de verbinding zien tussen de fenomenen die zich manifesteren. In de verzen van de Tao leest men vaagheden over de harmonie tussen yin en yang, over de kracht van zachtheid, de nederigheid en flexibiliteit van water, en het ongestoord laten van anderen. De psychologische inspanning om dit te voltrekken leidt tot een fysieke ontspanning: het lichaam is als object gesublimeerd, wordt niet ingezet voor oorlog, vergeet de begeerte. Oosterse religies hebben daarom dieetregels die niet louter economisch zijn, zoals het vermijden van rundvlees of varkensfeest, en vastenperiodes, maar die ook een gebod van volgehouden soberheid inhouden. Het beste tegenvoorbeeld is de ramadan bij moslims, dat een hoogmis van begeerte is. In liberalisme kan men de link tussen mentale inspanning en fysieke bevrijding nog vinden bij de eerste auteurs zoals Adam Smith, in het communisme lijkt dit moeilijker. Nochtans is het uitgangspunt van Marxisme, als jonghegeliaanse filosofie eerder dan als economische analyse, het begrip aliënatie: de mens vervreemdt van zichzelf door het kapitalisme. Men wordt een beest door de arbeid, en pas na de arbeid kan men mens zijn, in de tijd die normaal gebruikt wordt voor dierlijke behoeften (eten, drinken, voortplanting). Er wordt dus beslag gelegd op het lichaam en dit geeft niet zozeer een mentale rust dan wel een mentale dood. Ook hier gaat het bevrijden van het lichaam dus samen met het activeren van de geest.
Samengevat hebben we:
- Tribalisme: fysieke inspanning, mentale ontspanning, individu ten dienste van de gemeenschap
- Universalisme: mentale inspanning, fysieke ontspanning, gemeenschap ten dienste van het individu
Een vraag die rest is waar de fysieke kracht naartoe gaat in het universalisme: wat doet men als men niet doet en niets wil bereiken? Het antwoord is dat men allicht evenveel of meer bereikt, door het 'minder is meer principe': men creëert minder problemen door ethisch universeler gedrag. Tribalisme concurreert nog steeds met universalisme, dat niet noodzakelijk onder de voet gelopen wordt. Zoals het gezegde luidt: "wie niet sterk is moet slim zijn". We kunnen van daaruit moeilijk besluiten dat tribalisme negatiever is dan universalisme: ethisch is dit zo, maar uiteindelijk is tribalisme precies de tegenpool die ethiek genereert, en een dynamiek die door universalisme kan worden gecontroleerd: het taoïsme is een leer voor heersers, het communisme is een leer voor een onderdrukte arbeidersklasse, het liberalisme is een leer voor de gekortwiekte burgerij. Deze leerstelsels zeggen niet wat goed of slecht is, of hoe men een systeem stabiel houdt (conservatisme), zoals tribalistische leerstelsel, maar ze tonen een weg (tao) voorwaarts (progressivisme). Men kan echter het individu niet beschermen tegen tribalisme door een moraal op te leggen, want dit zou op zich het universalisme annihileren.