dinsdag 17 november 2015

Een jihad is nooit persoonlijk

Er wordt over het algemeen kalm en niet in krachttermen over de terreurdreiging gesproken. Gelukkig, maar helaas deels omdat de politieke leiders geen idee hebben om de zaken anders aan te pakken dan zoals ze het tot nu toe deden. Ondertussen beseft iedereen wel dat militairen de straat opsturen geen moer heeft geholpen en dat poortjes ook niet zullen volstaan.

De verklaringen vandaag zijn wat onsamenhangend: het gaat soms over religie, soms over ongelijkheid, nu eens over politieke onkunde en dan weer over globale spanningen. Ze zijn onvolledig en laten zich overstemmen door psychologisering van het debat: er zijn slechte verstaanders en slechte mensen. De eerste hebben ruimte gecreëerd voor de laatste. Met zo'n analyse van het eigen gelijk kom je geen stap verder, en daar staan we dan ook. In dit stukje probeer ik een meer geïntegreerd sociologisch verhaal te brengen.

De ontwikkeling van revolutionaire actie

Eerst en vooral, vergeet de psychologische verklaringen: er bestaat geen enkel aangenaam volk. Niet het onze, niet de Syriërs, niet de Eritreërs. Ook onprettige mensen hebben rechten, dat is een eenvoudige ethische kwestie (Rawls' veil of ignorance: de rechten die je jezelf toekent mocht je niet weten of je er beroep op zou moeten doen). In een bepaalde structuur wordt eender wie gevaarlijk: als we beschikken over middelen en een aanleiding om eigenhandig in te grijpen waar we eigenlijk een stap achteruit moeten zetten of collectief ageren. De rechtstaat, werknemersvertegenwoordiging in vakbonden, sociale bewegingen en het middenveld; dat zijn instituties die voor stabiliteit zorgen. Terroristen zetten zich buiten zulke kanalen om hun vermeende rechten af te dwingen en bedreigen dus het systeem.

Ten tweede moeten we revoluties begrijpen. Elk systeem is op maat van een elite. Onze democratie is geen uitzondering. Altijd ligt een tegenelite op de loer die niet via het systeem aan de macht kan geraken. Zij kunnen geloven in een andere samenleving, niet gehinderd door eigenbelang. Zo'n revolutionaire voorhoede zit te wachten op een contradictie in het systeem, een tegenstelling waar het zich op kan enten. We noemen ideologie het verhaal van zo'n tegenelite waarmee hun machtsovername wordt gelegitimeerd. Vaak is dit religie of (sociaal)-nationalisme. Het is belangrijk om in te zien dat alle ideeën ten allen tijde aanwezig zijn, hoewel totalitaire regimes proberen een exclusiviteit te bekomen. Ideologieën voegen dan ook aan het basisidee clausules toe waarin andere ideeën onmogelijk gemaakt worden ("Bovenal bemin één God"), en die van de belijdenis een individuele missie maken (de jihad). Zo gaat de extremist niet meer in vraag stellen welke belangen hij of zij dient.

Als derde punt is er de contradictie, onderdrukking, of ongelijkheid. Op een bepaald moment wordt dit aanzien als een onrecht, en zoekt men tussen de beschikbare ideeën naar een verklaring. Dat kan een reële emancipatiekracht zijn, maar de aansturing komt niet zelden van een opportunistische tegenelite. Zo ontmoet de bewuste fractie van de benadeelden de opportunistische tegenelite. Stel dat er in elke sociale groep een stabiele psychologische verdeling is van 15% systeemaanhangers (door de band intellectuelen en commerçanten), 15% uitdagers (door de band intellectuelen en criminelen), en 70% onverschilligen, dan gaat het over de mate waarin die 70% nerveus wordt onder het status quo omwille van de onderdrukking - door accumulatie of door blootstelling (vb. communicatietechnologie). Wat verandert is niet de geest van de mensen, maar de prikkels die ze ervaart, door de dynamiek van de samenleving, de economie, en de technologische evolutie. Daardoor ontstaat een draagvlak voor radicalisme en een activering van de uitdagers. De voorhoede krijgt een mandaat om ten strijde te trekken.

Men kan de velden nu invullen: er is een elite die een kalifaat heeft uitgeroepen, er is een religie waarvan gebruikt gemaakt wordt om dit te legitimeren, er zijn internationale en grootstedelijke ongelijkheden die als onrecht worden aanzien en een grote massa agiteert; tot slot is er een categorie onder de benadeelden met een sterker bewustzijn, lef, of enige ontwikkelde capaciteiten die wil optreden. Dit samen creëert een revolutionaire kracht die de democratie wil omver werpen.

Waarom terreur het oude Europa treft

Zo'n structureel denkkader (Durkheim, Marx) hecht geen enkele waarde aan het voluntarisme van de menselijke geest (Weber, Nietzsche) of aan automatische voltrekking van ideeën (Hegel, Huntington). Het gaat dus niet om marginale sektes of om een vers uit de Koran dat een eigen leven gaat leiden - verklaringen die men graag gelooft om de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen. In de plaats moet men het antwoord zoeken op de cui bono vraag: wie doet wat en met welk belang? Vanuit het voorgestelde perspectief kan je enkele elementen samenbrengen die aanwijzen waar het verkeerd loopt:
  1. Grootstedelijke ongelijkheid is een factor
  2. De aantrekkingskracht van een religieuze ideologie wordt versterkt door het etnische karakter van achterstelling
  3. Religie heeft een organiserende rol gespeeld bij de benadeelden en werkte zelfversterkend, waardoor ook de invulling van extremisme opschoof
  4. Het gelijkekansenprincipe, zonder gelijkheidsidee, heeft een emanciperende, maar ook een activerende werking gehad op de uitdagers
  5. Interventies in het Midden-Oosten hebben een machtsopening gecreëerd voor een tegenelite
De conclusie is dat er een lokale spanning (de verliezers van de markteconomie) bestaat die zich onder een globaal 'baldakijn' (zeggenschap in het Midden-Oosten) heeft geplaatst. Het religieus verband is zwak: het gaat niet om dezelfde islam bij de Daesh-elite en het geactiveerd deel van de lokale gemeenschap. Toch worden deze vastgezet in een bondgenootschap door de antipositie van de bredere lokale gemeenschap van benadeelden. Er is geen connectie met de andere kant van het kanaal - in Molenbeek letterlijk te nemen. Getuige daarvan de vele nuanceringen en excuses om Charlie Hebdo niet te verdedigen, de Marokkaanse actrice die werd aangevallen schuld aan te praten, en nu het afzwakken van het Parijse drama tot eurocentrisme omwille van andere, nochtans volstrekt gelijkaardige, drama's. Daar komt nog de onmogelijkheid tot oneindige emotionele betrokkenheid bij die zorgt dat de mens noodgedwongen hypocriet is. Ook niet-benadeelden meten zich dit discours aan.

Hoe moet het nu verder?

Lokaal en op korte termijn zijn de mogelijkheden beperkt of uitgeput. Verder acties opdrijven en de politie versterken verandert niets aan de fundamenten die ik heb besproken, maar kan met wat geluk werken - of net een escalatie van geweld veroorzaken. In elk geval moeten de veiligheidsdiensten voortaan minder amateuristisch te werk gaan dan de terroristen, want die competitie lijken ze te winnen. Nu een gelijkheidsidee naar voor brengen betekent de introductie van een derde ideologie, en dus extra strijd. Een discours van gelijke kansen is er reeds en zal evenmin iets veranderen. Men kan hopen op een interne contradictie in het ontwikkelde religieus gevoel (vb. tolerantie ten opzichte van vrije meningsuiting, de rechtstaat, diversiteit) die opduikt wanneer ook moslims bedreigd worden, zoals diegenen die nu vluchten voor Daesh, maar dan is het normaal gezien al te laat - en bovendien is het mogelijk dat een deel dit aanvaardt. Toch is die interne ontwikkeling, als ze sneller en meer georganiseerd is dan bij eerdere aangelegenheden, de meest zekere optie op korte termijn.

Indien beide kanten van de lijn niet thuisgeven, rest op middellange termijn enkel een internationale interventie tegen de tegenelite, om zo de ideologie letterlijk en figuurlijk te ontkrachten. Deze keer wel op uitnodiging van soevereine staten en minder symbolisch - er hoeft niet eens over gecommuniceerd te worden (geen olie op het vuur). Wordt dit opgemerkt, dan is er eventueel een opflakkering van de guerillastrijd, maar naderhand wordt het martelaarschap en de persoonlijke jihad zinloos. De geopolitieke verwikkelingen, die zoals gezegd een deel van de oorzaak van de kwestie zijn, laat ik als bescheiden socioloog buiten beschouwing.