zaterdag 22 november 2014

Basisinkomen

Probleem

  • Lonen worden laag gehouden door lokale monopsonieën
  • Er is polarisatie van werktijd: sommigen hebben te veel werk, anderen geen
  • Er is de armoedeval: wie gaat werken verliest uitkering
  • Uitkeringen komen niet terecht, zijn stigmatiserend, administratie is complex ('non take-up')
  • Niet-contractueel werk wordt niet als werk beschouwd
  • Bij een verschuiving van lasten van arbeid naar consumptie vervalt de progressiviteit
  • Door hogere kapitaalsintensiteit (automatisering, robotisering) verdwijnt er werkgelegenheid

Oplossing

Een basisinkomen, onconditioneel, individueel.

Analyse

Een basisinkomen vervangt een groot deel van de sociale uitkeringen. Daarmee worden leeflonen, werkloosheidsuitkeringen, ziekteuitkeringen en pensioenen allemaal op gelijke hoogte geplaatst. Je verliest dus ook geen uitkering als je daarbovenop geld verdient. Dit bespaart enorm op administratie. Men kan op eigen kracht extra verzekeringen, eventueel bij een natuurlijk staatsmonopolist, aangaan, voor een top-up op het pensioen, inkomensverliesverzekering, etc.

Door het hoge loon is er een substitutie-effect: men gaat loon inwisselen voor meer vrije tijd. Echter, dit effect kan worden gecompenseerd door de verkleinde werkloosheidsval en andere sociale vallen, zoals werknemers in sociale tewerkstelling die het daar maar al te goed vinden. 

Nu moet ook de private sector concurreren met vrije tijd, en zijn mensen niet gedwongen een job aan te nemen. Dit zal de lonen op marktconforme hoogte brengen. In marxistische termen krijgen we hier een schisma tussen arbeid en arbeidscontrole. De arbeid is gecommodificeerd - verhandelbaar. De arbeidscontrole blijft echter bij de arbeiders: deze is niet meer verplicht zijn tijd te verkopen voor aliënerende taken.

Belastingen kunnen op consumptie geheven worden: door diversificatie naar type (basisnoden versus diensten versus producten) kan er een progressief element op de consumptietaks komen, en sturing van aankopen wordt gemakkelijker dan wanneer dit fiscaal  moet worden aangegeven. Sowieso zijn, zelfs bij één tarief (vb. 35%), de taksen progressief: als je het basisinkomen immers als een soort van terugbetaling van belastingen door de overheid beschouwt, dan is het duidelijk dat die tegemoetkoming groter is naarmate de totale uitgaven kleiner worden. Stel dat het basisinkomen 10000 EUR is per jaar, dan ontvangt men eigenlijk 6500 EUR aan taxreductie. Afhankelijk van de hoogte van het inkomen is dit een substantiële som.

Bijkomende overwegingen

Voorbeeld

Een persoon ontvangt 900 EUR basisinkomen, één kind (per partner, ook indien geadopteerd) +300 EUR, één job +200 EUR mobiliteits- of haardvergoeding. Voor die laatste toelage moet de job moet inkomsten genereren gelijk aan 3/4 van het gewaarborgd minimummaandloon.

Indien een gezin meer kinderen dan partners telt, moet het zelf voor de kost instaan. Het kind heeft echter wel nog steeds recht op het basisinkomen indien het ontvoogd wordt.

Gevaren

Hoewel onconditioneel en liberaal, zijn er toch voorwaarden voor de invoering van een basisinkomen. Men moet zich rekenschap geven van de volgende gevaren:
  • Men zou dit basisinkomen enkel in het binnenland mogen besteden.
  • Eerstegeneratiemigranten kunnen onmogelijk aanspraak maken op het basisloon, tenzij het minimum van het basisinkomen in het land van oorsprong en dat van bestemming (ik verschil hierin van mening met Philippe Van Parijs die meteen een universeel basisinkomen wenst). Goedgekeurd asiel leidt uiteraard tot gelijke rechten.
  • In de mate dat het buitenland nog steeds de lonen drukt onder dwang zal deze liberale loonvorming tot verminderde externe competitiviteit leiden.
  • De verminderde arbeidsinzet in de bestaande banen moet gecompenseerd worden door activatie, alternatieve werkvormen, en uiteindelijk een hogere productiviteit. Het is moeilijk deze effecten te begroten.
  • Er moet een grondige controle op BTW komen (ook bij buitenlandse bestellingen), bijvoorbeeld door digitale betalingen. 
  • Men kan ervan uitgaan dat meer mensen over de grens gaan shoppen. Op termijn is er dus nood aan een internationale uitbreiding van de shift naar belasting op consumptie.
  • Wanneer jobs vrijwillig ingevuld worden vervalt de druk om te innoveren en technologie te ontwikkelen. Er zal enkel nog een intrinsiek gemotiveerde vooruitgang zijn.

Effecten

Op basis van de studies en projecties verwachten we het volgende:
  • Lonen: dalen zonder onderhandelingen, stabiel met onderhandelingen
  • Onderwijsniveau: stijgend (acceleratie door norm/attitudeverandering)
  • Arbeidsproductiviteit: stijgend
  • Kapitaalsproductiviteit: stijgend in vervelend werk, dalend in vrijwillig werk
  • Gemiddelde arbeidsduur: dalend of gelijk
  • Werkloosheid: dalend
  • Tewerkstelling (hoofden): stijgend in diensten, dalend in industrie
  • Arbeidsziekte: dalend
  • Omvang en kosten administratie sociale zekerheid: dalend
  • Scheidingen: stabiel (in Dauphin)
  • Nataliteit: dalend

Haalbaarheid en kritiek

Politiek wordt het idee in België gedragen door de Piratenpartij, en bestudeerd door Groen, SP.a, Open VLD, en N-VA (het schijnt dat Johan Van Overtveldt het idee genegen is - de rest van de partij houdt meer van verplicht vrijwilligerswerk, een meer autoritair-etatistische variant op het thema). Op dit moment (december 2014) is het idee erg populair omdat het een offensief tegenwicht lijkt tegenover de grotere verplichtingen die op het individu komen te liggen. Mijn aanvoelen is dat het vooral vrouwen aanspreekt, alsook mannen met een vrouwelijkere ingesteldheid.

Onder denkers leeftt het idee al langer, op z'n minst sinds Thomas Paine. De grote bezielers vandaag in België zijn professor Philippe Van Parijs en Roland Duchâtelet (eigenaar Melexis, Standard, oprichter Vivant en gewezen senator Open VLD). In Nederland is de historicus en journalist Rutger Bregman een adept, en globaal is de economist Guy Standing een voorvechter. De meeste van deze figuren zijn eigenlijk utopische filosofen. Het idee behoort dus tot de avant-garde.

Waarom wordt het basisinkomen zeker ooit ingevoerd? Dit zal deels uit noodzaak voor administratieve vereenvoudiging zijn (vb. artikel op liberale nieuwssite beurs.com) en deels om bij een verschuiving van de lasten ook de consumptiebelasting progressief te maken (argument Bill Gates - blog). Het zal dus ook incrementeel ingevoerd worden. Op die manier is het mogelijk dat de preferenties van werknemers gaan veranderen richting de wens om méér te werken. Dat lijkt gek, maar het is best mogelijk wanneer de introductie quasi ongemerkt gebeurt. De typische loon-vrije tijd trade off die we gebruiken om het probleem statisch te analyseren moet dan gedynamiseerd worden. Er is reeds een argument hiervoor: in verschillende landen zijn andere tradities met betrekking tot de werkweek: in zuiderse landen werkt men quasi uitsluitend voltijds, terwijl in Scandinavische landen deeltijds werk populair is. Dit hangt ook samen met een respectievelijk hoge en lage participatiegraad van vrouwen. Op zeer lange termijn is het basisinkomen louter een manier om bonnetjes te verdelen die toelaten van de robotproductie af te nemen, het is dan een alternatief op slavernij.

Toch wil ik een kritiek formuleren, los van de problemen van migratie en de prijszetting voor basisproducten die de progressiviteit zou kunnen teniet doen. De bedenking heeft betrekking op de collectieve loononderhandelingen. Voor ondernemingen is er een afruil tussen tewerkstelling en lonen. Vakbonden als collectieve onderhandelaars kiezen voor een loon dat ergens te situeren valt tussen het maximale loon en een deel tewerkstelling. Men neemt aan dat een bedrijfsvakbond de tewerkstelling laat primeren, en een sectorvakbond vooral het loon van de insiders wil maximaliseren - misschien ten koste van de business. De bewijzen hiervoor zijn echter weinig overtuigend. Voor dit argument gaan we ervan uit dat de vakbond indien ze tewerkstelling nastreeft, eigenlijk inkomenszekerheid nastreeft. Dit betekent dat sectorale en nationale onderhandelaars geen redenen meer hebben om de loonmaximalisatie af te zweren. Meer nog, volgens het klassieke loon-vrije tijd schema moét het loon zelfs hoger om het arbeidsaanbod te handhaven. De te verwachten reactie is dat men het loonoverleg zal decentraliseren. Dit zal een polariserend effect hebben op de lonen, door rentsharing op bedrijfsniveau. Waar de lonen niét door rents worden opgetrokken, zullen de lonen naar het reservatieloon gedreven worden, misschien zelfs lager. Die neerwaartse druk van ondernemingen enerzijds en de afwezigheid van looneisen bij de vakbond kan het arbeidsaanbod wel degelijk verlammen. Er moet dus aandacht zijn voor een systeem waarbij de vakbond nog steeds een middenklasse vertegenwoordigt.

Hier nog enkele minder relevante kritieken, die voornamelijk aantonen dat het politieke spel de aard van het principe kan vervormen:

Zelfrealisatie

Heel wat filosofen geloven dat werk van existentieel belang is voor de mens. Met een klein beetje paternalisme kan men dus enige druk zetten om mensen te activeren. Ik denk dat dit André Gorz' eerste positie zowat samenvat (later in zijn leven werd hij voorstander van het basisinkomen), en bij ons is dit ook het standpunt van Francine Mestrum: voor wat, hoort wat. Losjes hiermee verbonden kan ook een vakbond zichzelf slechts realiseren als er een arbeidersklasse is. Vakbonden hebben nooit een sterk standpunt ingenomen over een basisinkomen. Het onderwerp leidt zelfs tot enige wrevel. De kritiek die ik hierboven formuleerde toont echter wel begrip voor deze vrees, maar op een andere grond: collectieve loononderhandelingen hebben een comprimerend effect op de loon- en inkomensverdeling dat misschien belangrijker is dan het egaliserende effect van een basisinkomen.

Onbetaalbaarheid

Francine Mestrum, Andreas Tirez, en Paul De Grauwe scharen zich achter dit argument. Dit is ernstig te nemen: men kan niet over één nacht ijs gaan. Het incrementeel opbouwen van een basisinkomen binnen een taxshift is een verstandige optie om af te toetsen hoever de betaalbaarheid reikt. De marxistische aversie tegen consumptietaxen berust op een verkeerd begrip van dit effect (zie marx.be). Ik licht dit hieronder toe. Daarbij moet gezegd worden dat een verschuiving van lasten naar consumptie niet de enige optie is, maar wel de gemakkelijkste.

Lineariteit

Dat een basisinkomen de consumptiebelasting progressief maakt is een essentieel punt dat niet snel begrepen wordt. Ik doe een poging om het eenvoudig uit te leggen. Laten we het basisinkomen op jaarbasis gelijkstellen aan 15000 EUR. Min 35% belasting op consumptie wordt dit netto ongeveer 10000 EUR indien volledig geconsumeerd. We beschouwen dit als een belastingsvrije schijf. Neem nu drie individuen: A geniet slechts het basisinkomen, B verdient daarenboven 60000 EUR op jaarbasis, C verdient 120000 EUR. Vroeg of laat zal B zijn inkomen spenderen, en daar de lasten op betalen, ca. 20000 EUR, voor C is dit 40000 EUR. Op 0 EUR consumptie van verdiende inkomsten betaalt A -10000 EUR belastingen (= negative income tax, < 0%). B betaalt 10000 EUR op 60000 EUR (ca. 17%) en C betaalt 30000 EUR op 120000 (25%). In de mate dat de inkomens hoger zijn tendeert de belastingvoet naar 35%. Deze is dus progressief, maar wel monotoon. Wil men extra belasten, dan zullen verschillende BTW-tarieven moeten gehanteerd worden afhankelijk van het type consumptie, of moet er aanvullend een belasting op vermogens, vermogenswinsten of arbeid worden toegepast.

In één zin: op de totale consumptie is de last voor iedereen gelijk, maar in de mate dat een groter deel van de totale consumptie bestaat uit het basisinkomen is de last op de additionele inkomensten lager. Omgekeerd: in de mate dat men meer verdient is het forfaitair basisinkomen een beperktere tegemoetkoming in de afdrachten.

Hogere uitkeringen

Een typische kritiek van armoedespecialisten zoals Stephen Bouquin, Ides Nicaise, Bea Cantillon, en Francine Mestrum is dat het volstaat om uitkeringen te verhogen.

De vrees van Bouquin is dat voor het basisinkomen ineens àlle vormen van uitkering zouden worden opgeheven. Dat is natuurlijk goed mogelijk, maar het heeft met het principe niets te maken. De lijst van statuten die hij vervolgens verzint om doelmatig te blijven uitkeringen is te complex om haalbaar te zijn, veel complexer dan een gradueel op te bouwen basisinkomen binnen de huidige sociale zekerheid. Laat het duidelijk zijn dat het leefloon de enige à priori te substitueren inkomst is.

Lagere lonen

Men denkt dat lonen zullen lager worden omdat bedrijven het basisinkomen als subsidie aanzien. Zo'n begrip van de arbeidsmarkt is intuïtief maar verkeerd. Misschien zullen de lonen lager worden, maar niet voor hetzelfde werk. Een inkomensgarantieuitkering, hoewel nuttig in de huidige context, is net een subsidie aan bedrijven, want daar legt de staat bij voor een baan waar de lonen nog steeds via dwang gedrukt worden.

Overbodig

Ides Nicaise heeft twijfels bij de omvang van de werkloosheidsval: wie werkt in België verdient voldoende meer om gemotiveerd te zijn. Dit laat dan ook ruimte om de uitkeringen te verhogen. Bovendien zouden OCMW's professioneel werken en is de (financiële) begeleiding van cliënten niet zo geldverslindend als men doet uitschijnen. Daarbij aansluitend garandeerde een welzijnswerker mij ook dat bepaalde sociale problemen niet met inkomenszekerheid opgelost zullen zijn (vb. drugshandel).

Links

In volgorde van volledigheid: