dinsdag 30 december 2014

Brussel

Ik ben al zeven jaar inwoner van Brussel. Dat is lang voor iemand die dertig is.

Hier voel ik mij thuis zoals een vogel in het bos. In eender welk bos. En trekvogels zoals mezelf vind je hier inderdaad wel meer. Dat is punt één: de Brusselaar is een migrant. Hij geeft niet zoveel om deze stad. Die stadsromantiek en stadsheroïek, bespaar mij daarvan.

Maar steden zijn wonderlijke plaatsen, niet alleen als ze een taalenclave zijn waar ook continentaal Engels gebrouwd wordt. In een stad moet je kunnen samenleven zonder de mantel der familiale affectie, als eerbetoon aan de vrijheid van het individu. Die stedelijke hoffelijkheid vind je hier helaas niet, wél is er een zeer charmant, naïef en volks gevoel voor toeval. Als je je fiets stalt in de moeizame uren na middernacht, is het zeer waarschijnlijk dat slepende zigeuners je komen begroeten met de vluchtige gemoedelijkheid van kruisende bergbeklimmers. Brussel is organisch, een oerbos op een moeras dat vol beton gestort is. Punt twee: lelijk gerept maar schoon ongeremd.

Sommige onverlaten dromen echter van een stadstaat Brussel, met een voluntaristisch leiderschap en een gepolijst imago. Zij dwalen. Zij begrijpen niet dat België in zijn geheel dit soort nationalisme kan missen als kiespijn. Het geniale aan dit land is de toevalligheid. Dat is ook in haar hoofdstad zo: toevallig heeft men de helft van de Europese instellingen hier geplant en dat toeval moeten we hooguit faciliteren. Meer stadsego en men vindt wel een ander Maastricht. Punt drie: bescheiden.

In dat spanningsveld tussen parochie en metropool, bewolkt door minoriteiten waaronder ook een intellectuele kaste van onthechte en ongebonden geesten, wordt deze stad niet bestuurd. Het bovenstaande sluit dit eigenlijk al uit. Die 19 gemeentes fusioneren verandert dat niet, integendeel. Het probleem is dat Brussel - gemeentes en gewest - al te veel autonomie heeft, en zo vergeet dat het de hoofdstad is van Europa, België, en Vlaanderen. We moeten juist dat hinterland responsabiliseren, en daarbij hoort ook inspraak. Vier: integreer in plaats van af te scheiden.

Als het zover komt, kan Brussel nog steeds - of opnieuw - dat nonchalante niemandsland zijn, het toevluchtsoord of de ontmoetingsplaats. Het is de raison d'être die we niet mogen verloochenen voor een illusoire maakbaarheid. Ik heb geen plan voor Brussel. Vele vogels fluiten, maar verder dan hun gezang draagt het ruisen van de blaren. Het bos overstijgt haar bezetting.