dinsdag 20 augustus 2013

Optimale populatie

Geïnspireerd door de bouwburgemeester Bloomberg van New York (http://www.nytimes.com/newsgraphics/2013/08/18/reshaping-new-york/) vraag ik me af wat de welfare implicaties zijn van zo'n bouwwoede.

Iedereen weet dat een eenvoudige manier om economische groei te genereren bevolkingsaanwas is. Het BBP vertelt dus niets in termen van welvaart. We zouden geneigd zijn meteen naar het per capita BBP te kijken, maar daarover wordt veel minder bericht.

De reden hiervoor is de economische relevantie: voor een bedrijf is welvaart ondergeschikt aan de marktomvang. Als het BBP blijft stijgen, alleen maar omdat er meer mensen zijn, dan vergroot de markt. Een bedrijf kan zo haar schaalvoordelen laten spelen.

Ook een land heeft een optimale schaal. Als de bevolking groeit wordt een markt gecreëert en dat is goed, niet alleen voor bedrijven, maar ook voor cultuur, media en waarschijnlijk zelfs voor de democratie. Op een bepaald punt is het marginaal nut echter bereikt, daarna zijn er kosten van een te hoge bevolkingsdensiteit: te weinig groen of open ruimte, ghetto's en criminaliteit, verkeersopstoppingen, etc. Emile Durkheim, een van de founding fathers van de sociologie, linkte dit ook met zelfmoordcijfers.

Als de ideale marktomvang voor bedrijven groter is dan het welvaartsoptimum, dan is het verschil tussen het nut in beide situaties de prijs van de externaliteit, die niét af te lezen valt uit het BBP, noch uit het per capita BBP. Immers: extra uitgaven voor veiligheidsdiensten, saneringen en heropbouw van vernielde infrastructuur, sociaal werk en dergelijke meer verhogen het BBP!

Ik heb niet veel kaas gegeten van welvaartseconomie, maar het creatief idee van de dag is om hiervoor een sociaal-economisch (noem het sociometrisch) model te ontwikkelen en per regio of stad de grenzen van de groei na te gaan. Het is misschien een kwestie van tijd vooraleer ik dergelijk bestaand werk op het spoor kom. In dat geval gaat het om popularisering van het idee.

Concreet: in Wallonië pleitte men onlangs voor de bouw van een nieuwe stad. Fijn. Om strategische redenen moeten we akkergrond genoeg overhouden om netto onafhankelijk te blijven van het buitenland in voedselvoorziening. Verdere aanzuiging van bevolkingsgroei gaat daar tegenin. Op het eerste zicht is het dus een onverstandig plan. Ten tweede stelt zich de vraag naar de afruil tussen herstel en vernieuwing. Ik ga daar later nog iets over schrijven, ik noem het het koelkastprobleem.

Niettemin is het een creatief idee een stad te splitsen, indien de bevolkingsdichtheid te veel negatieve externaliteiten genereert. Die worden namelijk verhaald op de belastingsbetaler via de stedelijke opcentiemen, en dan treedt het Baumol-proces in werking waardoor steeds meer problemen door steeds minder kapitaalkrachtigen veroorzaakt en gedragen worden.


Baumol, W. J. (1967). Macroeconomics of unbalanced growth: the anatomy of urban crisis. The American Economic Review, 57(3), 415-426.
Durkheim, E., Spaulding, J. A., & Simpson, G. (2010). Suicide. SimonandSchuster.com.