Bij de start van het academiejaar zie je het telkens weer:
TE HUUR. 1 STUDENTENKAMER. VOOR MEISJE. (Leuven, juni 2013)
Bijna gelijktijdig zoekt men ook personeel in de lagere dienstensector:
RECHERCHONS SERVEUSE (Brussel, augustus 2013)
WE ARE LOOKING FOR NEW BRANDY GIRLS (Brussel, augustus 2013)
Over dat laatste bestaat duidelijkheid: vacatures moeten genderneutraal geformuleerd worden. Je moet dus op zoek naar een onthaalmoeder (m/v), caissière (m/v) of timmerman (m/v). We vinden dat gerechtvaardigd, want je geslacht, dat heb je nauwelijks onder controle.
Domme regel natuurlijk, want een mannequin (m/v) voor een vrouwencollectie houdt geen steek, en een portier die van nature frêle is, zal de job in de nachtclub waarschijnlijk ook niet krijgen. In de feiten wordt er dus voortdurend gediscrimineerd, maar het mag niet gezegd zijn. Dat is voor alle duidelijkheid goed: ergens moet men de grens stellen en zo weinig mogelijk à priori's hanteren, zoniet houdt de carrière van een vrouw op met haar jeugd (dat zal dan zowel vraag- als aanbodsgestuurd zijn). Tot zover gelijke kansen op de arbeidsmarkt, daar zijn we voor.
Maar wat met discriminatie op de (koten)huurmarkt? Ik ben op dit moment bezig juridische informatie te vergaren. Het is om te beginnen al eigenaardig dat men zich bij het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) onbevoegd moest verklaren omwille van een of andere communautaire opsplitsing. Ik leg mijn oor nu te luister bij de Vlaamse Gemeenschap. Elders moet ik nog uitwijden over de idiotie van het defederaliseren van de woonpolitiek. Dit soort rechten lijkt mij gelijk voor inwoners van heel het land, maar dat is blijkbaar niet zo.
Nu goed, we mogen gelukkig nog altijd zelf nadenken. Als jongens zouden gediscrimineerd worden is daar een goede reden toe: gemiddeld genomen zijn ze minder voorbereid op huishoudelijke taken, dus kan je er als kotbaas/bazin van uitgaan dat je meer kans op pech hebt met student dan met een studente. Statistische discriminatie - zoals ook vreemdelingen vaak moeten ervaren. Toch is dat problematisch. Men kan veel eenvoudiger en eerlijker de vereisten voor een huurder in het contract opnemen, en daarmee is dit spel van probabiliteiten van de baan. Op de normale huurmarkt zien we dat altijd: men verleent de huurder het rustig genot van het goed, dat beheerd zal worden als een goede huisvader. Dit is alvast een belangrijk argument tegen discriminatie.
Een tweede goede grond voor genderdiscriminatie is wanneer samengeleefd moet worden. De meeste mensen zijn heteroseksueel en dat uit zich in een preferentie voor gemengde groepen - zelfs als het niet tot seks komt. Mannen en vrouwen zijn verschillend genoeg om complementair te zijn, dat is de geest van de feminisatie-operatie in de politiek en in het bedrijfsleven. Het is ook gewoonweg goed om met beide geslachten te kunnen omgaan, aangezien ze nu eenmaal bestaan. Men zou dus redelijkerwijs een genderevenwicht kunnen nastreven. Maar dat is natuurlijk niet nodig: er zijn namelijk ongeveer evenveel jongens als meisjes, dus wanneer men niet selecteert zal men op basis van het toeval tot een genderevenwicht komen.
Ten derde, zoals bij de beroepen is er altijd nog een persoonlijke filter: het kan zijn dat er een betere match is met meisjes dan met jongens omdat men zich beter voelt in vrouwelijke nabijheid of vice versa. Zeker in gemeenschapshuizen zal dit voorkomen. Maar mannelijk of vrouwelijk gedrag, zelfs al is het niet contractueel vast te leggen, valt ook niet samen met iemand zijn of haar geslacht. Ook in dit geval zou ik dus tegen à priori's pleiten.
Ten slotte worden geloofsovertuigingen en emancipatie gebruikt. De meest gevaarlijke vorm is de combinatie van beide: moslimmeisjes willen in een studentenhome gaan, maar leven in een cultuur waar mannen en vrouwen een afgescheiden publiek bestaan hebben. Dat is legitiem, maar het is niet onze cultuur. We moeten dit dus ook niet bestendigen. Want die kaart trekken betekent tegelijkertijd een tendens inluiden van culturele verandering. Daar moet men zich collectief over uitspreken: willen we dat mannen kunnen omgaan met vrouwen of willen we dat niet? Wie gelooft dat dit onmogelijk is in de publieke wereld, maar wel in de privésfeer, is ongetwijfeld naïef. Ik negeer hierbij het onderzoek van Herman Brutsaert niet dat aantoonde dat gemengde scholen zorgen voor slechtere schoolprestaties, omwille van het feit dat aandacht gezocht wordt bij de andere sekse, wat energie vraagt die niet naar het studeren gaat. Dit soort mechanismes speelt vooral als men er zich niet van bewust is. Van studenten in het hoger onderwijs en volwassenen in het algemeen zou je mogen aannemen dat ze kunnen beslissen over hun eigen preferenties. Ze zullen dit hoe dan ook ooit moeten doen - tenminste als we uitgaan van een gemengd publiek bestaan.


