Eén van mijn eerste axioma's is dit: iedereen heeft gelijk. Dat is het moderne denken: men moet niet veronderstellen dat iemand met een andere overtuiging ziende blind is of moedwillig dwarsligt. In de plaats moet men zoeken naar de beweegredenen en de gronden van de argumentatie die leidt tot conclusies die je zelf niet maakt. Ook in je eigen argumentatie moet je zoeken naar verzwegen assumpties.
Deze techniek leidt tot een uitkomst van het debat in ieders voordeel, en een overwinning voor de zachte kracht. In eerste instantie moet je immers meegaan in de redenering van de andere. De Socratische methode stelt dat je dan de contradicties moet zoeken. Enigszins anders geformuleerd moet je de assumpties bijstellen tot een vollediger plaatje gemaakt wordt, uitgaande van vrij universele preferenties. Eventueel zal je stuiten op vrijheid/gelijkheid-conflicten, waar altijd een compromis in moet gevonden worden. Discussieer dus niet met communisten en libertairen.
Recent waren er de gratuite uitspraken van Jan De Nul over werkonwilligen en migranten. Vanuit links hakte men vlijtig op de man in, omdat hij zijn huiswerk niet goed had gedaan: veel cijfers waren verkeerd, en er werd abstractie gemaakt van belangrijke nuanceringen (gezondheidszorg en onderwijs bij het ambtenarenapparaat rekenen). Dat is volgens mij verkeerd, omdat je ook met juiste cijfers een gelijkaardig, pijnlijk beeld kan scheppen van de Belgische economie. Eén van onze sterktes is trouwens dat we graag naar pijnpunten kijken, en niet in de roes van ons succes leven. Je moet dus meegaan in de redenering van Jan De Nul, en de zaken concreter maken: waarom doen migranten het slecht op de arbeidsmarkt? Is ons integratiesysteem niet performant, het onderwijs onontvankelijk? Hoeveel zekerheid kan je mensen waarborgen, en hoeveel engagement krijg je in ruil? Dat zijn legitieme vragen. Eénieder die op dit terrein actief is moet zijn inspanningen tentoonstellen, zoniet krijg je maatschappelijke non-communicatie. Het gaat niet om wie gelijk of ongelijk heeft, het gaat erom dat men de beste intenties omzet in efficiënte programma's. Daar worden arme en hulpbehoevende mensen ook beter van. Hou de sociale sector afgesneden van de rest van de maatschappij, via een aanhoudende anti-positie, en je krijgt enkel nog meer aversie. Zie ook: succes van het Vlaams Blok in de jaren 1990.