Of mensen van nature xenofoob zijn, is geen uitgemaakte zaak. Allicht is dit typisch een groepseffect, maar speelt op individueel niveau exotische aantrekkingskracht een grotere rol. Dat is evident, want variatie in de genenpool is nuttig voor het ras. Iedereen kent wel een onverhulde racist met een importbruid, dat soort dingen is dus normaal. Maar als we ons als groep over een andere groep uitspreken worden we racist, want we willen niet dat ons systeem te bruusk verandert. En ook dat is eigenlijk normaal. Men wil het liefst omgeven worden door een meerderheid aan gelijkaardige mensen, wat een aangenaam gevoel van voorspelbaarheid geeft.
Als er dus migranten in het land komen, is het interessant om een poging te ondernemen hen te integreren. Met weinig moeite kom je er wellicht achter dat zij niet zo anders zijn. De vraag is echter hoe die 'geringe moeite' moet worden ingevuld. Ik wil hier een kort punt maken in verband met bestaansuitkeringen. Er zijn twee methodes voor het bepalen van een leefloon. Het eerste is het hanteren van een absolute maat, afgesteld op een minimaal goederenpakket, het tweede is het hanteren van een relatieve maat, een uitdrukking ten opzichte van het gemiddeld loon. Voor armoedematen worden beide gebruikt, terwijl een bestaansuitkering eerder op het eerste gebaseerd is. Doorgaans moet je wel aan budgetbegeleiding doen, maar aan het eind van de rit heb je een aantal middelen gekregen zonder wederdienst. Dat stuit mensen tegen de borst. Wel, dit is niét het probleem.
Het echte probleem is het reservatieloon. De vrije tijd van mensen heeft een prijs. De prijs van het eerste uur vrije tijd dat je inlevert om te gaan werken is het reservatieloon. Je kan dit ook zien als het verschil tussen de uitkering en het loon dat nodig is om iemand uit de inactiviteit te halen. Als geen enkele werknemer dit loon biedt, dan trapt men in de werkloosheidsval: men gaat 'profiteren'. Het reservatieloon is een functie van opleiding, gender, maar ook afkomst. Om de volgende stap, die je intuïtief al voelt aankomen, wat meer te duiden: loon heeft een andere betekenis voor verschillende mensen. Loon heeft ook een afnemend marginaal nut: je hebt steeds meer nodig om evenveel nut te verkrijgen naarmate je hoger op de loonschaal zit. Met 1000 EUR en een dak boven het hoofd leeft een bedoeïen hier in weelde, en dus wordt zijn reservatieloon hoger dan dat van iemand die hier reeds met meer vertrouwd is. Onze normen voor een minimale levensstandaard zijn paternalistisch: we vinden dat iedereen het recht heeft op dezelfde welvaart als wijzelf - enfin, niet iedereen zal dit vinden, maar het is een positie die ethisch vol te houden is. De corollary is echter dat met zo'n welvaartsniveau bepaalde mensen niet zullen willen werken.
Hoe los je dit probleem op? De eerste vraag is of de anamnese correct is: trappen immigranten in de werkloosheidsval, of worden ze botweg van de arbeidsmarkt geweerd, bijvoorbeeld door (statistische) discriminatie? De tweede vraag is of je door oorzaak dan wel de gevolgen wel aanpakken. Het kan zijn dat het aantal migranten dat in de werkloosheidsval trapt niet zo groot is, en dat bespaar je je veel moeite door gewoon voor iedereen dezelfde regels te laten gelden. Maar de perceptie is anders en mensen zijn nogal gevoelig voor de balans tussen plichten en rechten. Een oplossing zou kunnen zijn dat een migrant zich moet 'inkopen' in de Belgische economie. Dit kan met schuld, arbeid voor de overheid of vergoedingen omwille van gezondheidsproblemen en dergelijke. Na verloop van tijd moet men ervan uitgaan dat de Belgische preferenties zijn overgenomen (ook voor autochtonen kunnen de paternalistische normen een desincentive vormen voor uitstap uit de inactiviteit), en mag er geen verschil meer zijn in behandeling.