De moord op David Polfliet, die op de datingapp voor homoseksuelen Grinder in de val was gelokt door drie minderjarigen, stelt de staatssecretaris voor gelijke kansen, gendergelijkheid, en diversiteit voor een probleem. De meeste reacties en analyses wijzen er immers op dat onder bepaalde etnische groepen in ons land, meer bepaald bij jonge moslims van Noord-Afrikaanse origine, homofobie gemeengoed is. Voor sommigen, ter rechterzijde, lijkt etnische diversiteit dan ook onbeheersbaar en onwenselijk. Zij gaan dit voorval echter niet blijven herinneren, omdat ook seksuele diversiteit voor hen geen aandachtspunt is. Voor anderen, ter linkerzijde, zal het dan weer moeilijk zijn om verder te gaan dan het moreel veroordelen van homohaat, omdat men juist etnische problemen niet durft bespreken. We kennen dit patroon al 30 jaar. Het Vlaams Blok is groot geworden omdat linkse partijen geen keerzijde willen zien aan het migratieverhaal.
Natuurlijk is het terecht om op te merken dat de verschillende potentiële oorzaken samenhangen: lage sociaal-economische positie of vlakaf armoede, verschillende sociaal-culturele achtergrond of vlakaf islamisme, en sociaalbiologische factoren zoals leeftijd en cognitieve beperkingen ten gevolgen van malnutritie en vervuiling. Het is moeilijk om een precieze factor aan te duiden zonder theoretisch en ideologisch kader, dat ook moet toelaten om in te grijpen in een misschien wel vicieuze cirkel van maatschappelijke polarisering. Dat probeer ik hier kort uit te werken.
Eerst wil ik echter benadrukken dat men de concepten zorgvuldig moet uitkiezen. Homofobie is een vorm van seksisme, maar niet elk seksisme tegenover homo's is homofobie of homohaat. Er zijn eigenlijk veel -ismes die zonder intentie of emotie tot stand komen, wat fobiën en haat duidelijk wél impliceren. Het zijn vormen van ideologische rationalisering van ongelijkheden en discriminatie, en niet meer maar ook niet minder dan dat: seksisme, ageism, islamisme, nationalisme, racisme, lookism, etc. Zelfs dadaïsme is een soort ideologie, al is het maar een kunststroming die zich afzet tegenover andere. Ideologieën spelen altijd met het spanningsveld tussen vrijheid en ongelijkheid. Het postmodernisme - een ideologie op zich - is het paradigma dat de wereld met ismes aan elkaar hangt, en iedereen zowat het zijnde kan denken en doen. Die vrijheid is echter beperkt en gevaarlijk.
Als modernist, met sympathie voor beide stromingen die uit het rationalisme voortvloeien, namelijk het liberalisme en het socialisme, zie ik dat premodernistische opvattingen zoals nationalisme en islamisme, zich op de postmoderne markt begeven en reactionnaire tendensen veroorzaken die het sociaal systeem ontwrichten. Concreet kunnen nationalisten niet omgaan met diversiteit binnen de grenzen van de natiestaat, en zijn zij geneigd om vrijheden te belemmeren door grenzen op te trekken ("fort Europa", "build that wall") en zien religieuze fundamentalisten een ongelijkheid tussen mensen op basis van het geloof, waarbij ongelovigen "honden" genoemd worden. Het idee dat het individu centraal staat, is in het premodern denken afwezig. Het individu is slechts een staal uit een groep of gemeenschap.
Mijn eigen sociologisch geïnspireerde overtuiging is keert dit volledig om. Groepen en gemeenschappen bestaan sui generis, los van individuen. Je kan fascisme hebben zonder fascisten, racisme zonder racisten, etc. Dit is vergelijkbaar met een dam die we samen bouwen: iedereen verlegt een steen, maar niemand kan claimen de stroom te hebben veranderd. Daarom is het ook belangrijk en interessant dat de wet aanzetten tot racisme expliciet veroordeeld, eerder of stelliger dan racisme zelf. Men kan xenofoob of racistisch zijn (beide zijn niet gelijk), en dat is gewoon een feit, net zoals men pedofiel kan zijn. Men kan het omzetten in acties, die veroordeeld kunnen worden, en men kan zich organiseren rond deze illegale acties, wat het ergste is, omdat het probleem dan grotere proporties aanneemt. Men kan zich ook organiseren rond acties die niet plaatsvinden, door een ethos of waardenstelsel op te bouwen dat anderen tot die acties aanzet. Dat is precies wat Salonfähige predikers doen: feitelijk zeggen ze niets verkeerd, maar consequent richten ze zich tegen dezelfde groepen. Zo zegt een kamerlid dat "transseksualiteit abnormaal is". Dat is natuurlijk zo, als je het woord norm in een statistische zin bekijkt. De meeste mensen zijn niet transseksueel - een weinig verbazingwekkende stelling. Als morele norm is zo'n stelling al heel wat subversiever: dat zou willen zeggen dat deze norm niet na te streven is. Bekijken we het discours van premoderne, rechtse denkers - zowel nationalisten als religieuze fundamentalisten, dat is precies hetzelfde - dan zien we een doorgetrokken angst voor uitdagingen, en vandaar reactionnaire opvattingen: hou het eenvoudig, en zelfs non-conflictueus. Dat differentialisme is paradoxaal, omdat er altijd fysieke en sociale grensconflicten zijn, waardoor het premoderne denken juist tot permanente oorlog leidt.
De vraag is wat we wél kunnen doen. Er is gelukkig ook modern en postmodern denken. In het moderne denken staat gelijkheid voorop. De enige vraag is of dit een ongelijkheid qua kansen is (liberalisme), of een ongelijkheid qua uitkomsten (socialisme). De persistentie van sociale klassen bewijst voor socialisten dat individuen vooralsnog niet gelijk zijn. Door de klassenstrijd zouden ze dat wel kunnen worden. Een ander verschil tussen deze twee stromingen is dat het liberalisme idealistisch en voluntaristisch is, je kan kiezen om een idee of plan te volgen en waar te maken, terwijl het socialisme materialistisch en deterministisch is: er zijn bepaalde structuren en (sociale) instituties die de vrijheid van de individuen inbeperken (bijvoorbeeld erfenisrecht, vennootschapsstructuren, de "power-elite", etc.) en gedrag inspireren. Simpel gesteld: wie uit een minder begoed milieu komt, zal onmiddellijke inkomsten verkiezen boven onzekere hogere inkomsten op langere termijn, en gaat niet verder studeren maar gaat onmiddellijk werken. Dat hoeft niet voor letterlijk iedereen zo te zijn, maar er hangt een prijskaartje aan het afwijken van de sociale norm.
In het postmoderne denken zijn er zoals gezegd vele breuklijnen: etniciteit, taal, inkomen, religie, seksualiteit, etc. Bepaalde sociale clusters met gelijke waarden, normen, en gedragingen, noemen we statusgroepen. Zo is de homogemeenschap een statusgroep, zou je jonge moslisms van allochtone origine een statusgroep kunnen noemen, zijn universitairen een statusgroep, en ga zo maar door. Mensen hebben een gelaagde identiteit en vaak is er cultuurrelativisme: ze zijn allemaal even goed. Als er iets fout loopt met een bepaalde groep, dan zal er eerder een vergoelijking volgen ("ja, maar die hebben het niet gemakkelijk in onze maatschappij"), dan een veroordeling ("die horen niet thuis in onze maatschappij"), althans niet van postmoderne denkers. Een moderne denker vindt deze statusgroepen een aberratie of een anachronisme: er is onvoldoende individuele vrijheid en respect voor het individu, waardoor zulke statusgroepen zich gaan manifesteren en denken een eigen strijd te moeten voeren, maar uiteindelijk is de strijd van een gediscrimineerde kleurling niet fundamenteel verschillend van die van een gediscrimineerde holebi of oudere medemens. Zij krijgen voor die visie, die goed aansluit bij de lekenstaat, het verwijt 'kleurenblind' te zijn.
Wat moeten we daarvan maken? Ik geef mijn opvatting. Iedereen is vrij om z'n overtuiging te hebben en te denken dat deze de enige ware is, maar ik stel vast dat alle andere opvattingen gefaald hebben. In feite moet premoderne denken radicaal afgewezen worden, maar kunnen we het statusgroepdenken en het materialisme combineren. Problemen manifesteren zich vaak bij statusgroepen, of statusgroepen vloeien voort uit problemen. Zo kan een hopeloze jonge generatie laaggeschoolden zich uit frustratie aangetrokken voelen tot de informele economie én zichzelf identificeren als fundamentalistische moslim - het verhaal van het Molenbeekse terrorisme. Dit is waarschijnlijk ook het verhaal van het machismo onder Noord-Afrikanen in Limburg die zich in hun collectieve en individuele mannelijkheid bedreigd voelen, maar eigenlijk tegen een meer structurele marginalisatie aankijken. Idem voor de Brusselse jeugd die zich tegen de politie keert, wegens half-vermeend, en half-gemeend racisme daar. Men zou ook een andere strijd kunnen strijden: voor een betere leefomgeving, lagere bevolkingsdensiteit, en meer individuele ruimte in wooneenheden, of meer nog: voor rechtvaardigere herverdeling en stimuli om door te groeien op de arbeidsmarkt, die kunnen concurreren met het hoger beschreven kortetermijnperspectief. Alleen is dit complexer dan een samenvatting van de Koran, of gehoor geven aan het opborrelend testosteron en de verlokkingen van lange nagels en Lamborghinis, het vleselijk kwaad waar de religies meestal toch voor waarschuwen. Je kan een Klasse an Sich niet zomaar omvormen tot een Klasse fur Sich, met klassebewustzijn en bereid om de klassestrijd aan te gaan. Dat wisten ook Marx en Engels: "boeren zijn een klasse op dezelfde manier als aardappelen in een zak een zak aardappelen zijn" - het geheel is niet meer dan de som van de delen. Nochtans zijn het de boeren in Rusland geweest die de tsaar hebben verslagen, maar dat was dus niet volgens de theorie. Normaal moesten arbeiders, dus mensen zonder kapitaal, hun gemeenschappelijk belang ontdekken. In die fase zijn we nog steeds, en de opdeling tussen kapitalisten en arbeiders wordt alleen maar vager, nu ook rijken een arbeidsinkomen derven, en er met behoorlijk weinig kapitaal kan ondernomen worden. Dat inkomen een belangrijke sociaal structurerende factor blijft, komt echter duidelijk naar voor uit elk onderzoek en valt eenvoudigweg niet te ontkennen.
Mijn visie is dat we ons op de statusgroepen moeten richten met deze eenvoudige logica: verbeter uw mogelijkheden. Daaruit volgt een verruiming van de kansen. Streef emancipatie na, als een absolute waarde, namelijk gelijke rechten zoals iedereen buiten de statusgroep. Vrouwen dezelfde rechten als mannen, kleurlingen dezelfde rechten als blanken, jongeren dezelfde rechten als ouderen en alles ook omgekeerd mocht de balans overslaan. Dat is egalitarisme en perfect rationeel. Het grote probleem is dat toxische statusgroepen zichzelf alternatieve doelstellingen hebben gegeven, zoals het manifesteren van alfagedrag in een sociale groep, en een vorm van seksuele dominantie of superioriteit. De fantasie en cultus rond de BBC - "big black cock" - die blanke vrouwen verleidt is bijvoorbeeld zo'n manier om eigenwaarde te ontleden op een ander terrein, en waarschijnlijk bij gebrek aan BBC is dat bij Noord-Afrikanen dan homohaat als variatie op het thema. Het is niet alleen pervers maar ook zeer oppervlakkig. Dat moeten we duidelijk maken: er zijn andere doelen, ambities, en waarden in het leven, en die kan men ontdekken door ervaring, maar men moet wel gerichte prikkels geven. Een mooi en helaas zeldzaam voorbeeld is Molengeek, dat van de Molenbeekse jongeren programmeurs maakt: opeens ervaart men een nieuwe gave, nieuwe mogelijkheden, en aansluiting bij een universelere cultuur dan de kleine stam waar men voorheen veiligheid in vond. Dit is beter dan hen de les te spellen, beter dan een lineair programma voor "meer informatica op school", en zeker en vast beter dan het volgen van de statusgroeplogica door te stellen dat "de islam altijd al de vector van wetenschapsontwikkeling is geweest", argumenten die nu voor de vaccinatiecampagne worden naar voorgebracht of in het debat rond creationisme, maar die eigenlijk de waarde van het premoderne denken dat de statusgroepen zich aanmeten verder versterkt. Islamo-feminisme is dus niét wat we nastreven, ondanks het postmoderne gejuich, maar je moet je wél op islamitische meisjes en vrouwen richten om het gelijkheidsdenken naar voor te schuiven - wat niét vrijblijvend is, want je rechten moet je opeisen. Alleen niet op basis van een ideologie die op zichzelf andermaal verdelend is.
Iemand die bijna perfect volgens dit schema gewerkt heeft is Dyab Abou Jahjah in de periode van Movement X (een verwijzing naar Malcolm X) en de AEL (Arabisch-Europese Liga). Geen van beide organisaties bevat een verwijzing naar een ideologie of -isme. Wél zijn ze gericht op gelijkheid en op cultuur. De Libanees Dyab Abou Jahjah heeft het voordeel uiterlijk op andere immigranten te lijken, maar outte zichzelf steeds als een iemand die tot de Arabische cultuur behoort (in Europa!), zonder moslim te zijn. Hij is dan ook een socialist die met de PVDA in kartel is gegaan. Dat kartel was een flop, misschien mede door zijn ego en agressiviteit, of eerder door het oubollige modernisme van de PVDA, maar de strategie was goed: allochtone jongeren werden gemobiliseerd om een gelijkheid af te dwingen, niet enkel in theorie of qua kansen, maar ook in de praktijk. Onze maatschappij heeft daar allergisch op gereageerd, met twee nadelige gevolgen: ten eerste is aan die gelijkheidsclaim nooit een collectieve verantwoordelijkheid gekoppeld. Dat is wat nu in Brussel zou moeten gebeuren: allochtone jongeren moeten niet vaker opgepakt worden als anderen, terecht noch onterecht, maar tegelijk moeten ze ook geen grotere problemen veroorzaken. Het tweede nadelige gevolg is dat de dreiging van een statusgroep-wordt-klasse-politiek misschien zodanig ontwrichtend was geweest dat men deze in de kiem heeft willen en kunnen smoren, met als resultaat dat de statusgroepen zich verder ontwikkeld hebben als terroristen of homohaters, en dan ben je nog verder van huis. Het moderne gelijkheidsdenken is dus niet enkel in het voordeel van de groep die emancipatie nastreeft, maar ook in het voordeel van de geprivilegieerde statusgroepen. Zowel het premoderne als het postmoderne denken is met andere woorden contradictorisch en mond uit in conflict.