woensdag 26 augustus 2020

Tast COVID-19 het gezond verstand aan? Antwoord op Lieven Annemans: Ja, bij u.

In een veelgedeeld opiniestuk op VRT NWS meent gezondheidseconoom Lieven Annemans de coronahysterie te moeten aanwijzen en afkeuren. Het is één van de vele opinies in die richting, die de indruk uitademen dat het welletjes is geweest met de epidemie. De mot zit erin, er zijn ook andere zorgen. Ik ben het daarmee eens. Ik ben bijvoorbeeld heel bezorgd om de kwaliteit van zijn argumentatie. Een terugkeer van het gezond verstand? Dat is een positieve omkering van de stelling dat iemand ergens - maar wie precies, dat is niet duidelijk - getikt is. Een oproep dus aan iedereen om zich hetzij ertegen te verdedigen, hetzij zichzelf zulk ongedefinieerd gezond verstand aan te meten. Je kan even goed niets zeggen. De rest van de tekst, na de titel, staat ook verder nog vol gemeenplaatsen en open deuren, die zijn zweterige lichtvoetigheid goed laten ventileren. Toch iets dat hij uit de coronales heeft onthouden.

Het coronavirus krijgt inderdaad veel aandacht, dat wil ik nog beamen, maar die gaat zelden in de diepte. We krijgen dus eerder te weinig dan te veel te horen. Opperviroloog Marc Van Ranst reeg de fouten aaneen, nadat hij COVID-19 eerst vergeleken had met de seizoensgriep, en reizen naar Italië bleef aanraden. Beginnersfoutjes. Sindsdien is er meer en meer onderzoek dat aantoont dat, in tegenstelling tot zijn echo's van het WHO-advies, contacttransmissie veel minder belangrijk is dan luchttransmissie van het virus, dat mondmaskers wél nuttig zijn, dat kinderen tóch de ziekte verspreiden, dat het vervallen van antilichamen niet betekent dat de immuniteit verdwijnt, dat het vaccin wel eens minder efficiënt zou kunnen worden dan verhoopt, en ga zo maar door. Zijn evenknie, Steven Van Gucht, het opperhoofd van Sciensano, had tegen de 'wiskundige omwegen' van 'alarmisten' in, als worst case scenario voor België een 700-tal hospitalisaties voorspeld. Daarna moest hij als straf voor zijn vergissing dagelijks de sterftecijfers voorlezen, als lottogetallen die alleen maar opklimmen. Het werden tienduizend doden, bijna zoveel als het aantal militaire slachtoffers in WO-II. Ook de VS gaat nu in die richting, op nauwelijks enkele maanden tijd. Vandaag nog, in augustus, zijn er zowat tien extra overlijdens per dag. Gemiddeld verliezen zij meer dan tien gezonde levensjaren. België heeft de vierde hoogste oversterfte in de wereld. Daar zijn verklaringen voor, maar geen excuses. Het beleid was lamentabel, over de bevoegde ministers wil ik het zelfs niet hebben, het is een treurzang zonder melodie, met slechts een deprimerende, doffe bas als ondertoon.

Van de experten zou je verwachten dat er expertise komt, dat onderzoek de revue passeert. Dat bleef lang uit, maar er zit tegenwoordig gelukkig vooruitgang in, ook bij professor Van Ranst, en zeker bij andere geleerden die prominenter in beeld komen en onderzoek uitbrengen, zoals Pierre Van Damme, Geert Molenberghs, Sarah Lebeer, Brecht Devleesschauwer, en zovele anderen in binnen- en buitenland. Dat onderzoek brengt ook goed nieuws: we leren bij over het immuunsysteem, over individuele en collectieve beschermingsstrategieën, over geneesmiddelen, over succesvol en onsuccesvol beleid, en over de uitdagingen die nog op ons afkomen en het feit dat er waarschijnlijk een einde komt aan de epidemie, maar nog niet meteen. Heel interessant voor de een, heel vervelend voor de ander. Die kan het niet meer horen, heeft er de buik van vol. Men laat de angst om de angst regeren: we willen het allemaal niet meer weten, gaven het geloof op dat kennis kracht is. Er blijft een flard optimisme over dat men ooit ergens heeft opgevangen, en daar houdt men aan vast. We zien eigenlijk ontluikend religieus gedrag.

Lieven Annemans vergelijkt COVID-19 met longontstekingen, de dodelijkste ziekte ter wereld, die nochtans zelden of nooit de krantenkoppen of het journaal haalt, wegens triviaal. Wat wél het journaal haalt is voetbal. Nu ben ik veel minder geïnteresseerd in voetbal dan in longontstekingen, en zou ik zelfs durven beweren dat het objectief minder belangrijk is, maar er is een economie gegroeid rond tijdsverlies, en journaals zijn daar een deel van. Bijna onvermijdelijk is een onuitputtelijke bron van onzin nodig om ze te blijven volpraten. Een bal heen en weer trappen past perfect in die formule. Men kan op elk moment inschakelen en heeft geen voorkennis nodig noch sociale bewogenheid om het spel te volgen. Dàt is tegenwoordig het journaal, en dat is het nieuws dat Lieven Annemans wil te zien krijgen als hij een terugkeer wenst naar de normaliteit. Nochtans is hij een wetenschapper, en is het niet onmogelijk en zelfs wenselijk om mensen voor wetenschap warm te maken. Of dat elke dag voor breaking news zal zorgen is maar de vraag, maar er is geen reden waarom balsport zo belangrijk moet zijn en nieuws infotainment. Dat is ook niet universeel zo, eerder per toeval of commercieel ingegeven. Andere onderwerpen kunnen ook nieuwswaardig zijn, ook zwaarwichtige en saaiere, belangrijkere zaken. COVID-19 verdrukt die ook niet: het is niet zo dat alle andere nobele onderwerpen die vroeger wél ter sprake kwamen, nu plots uit de ether zijn gehaald. Voor een deel ontdekt men zelfs bepaalde aspecten van armoede, eenzaamheid, depressie, en huishoudelijk geweld nu, door en niet ondanks corona. Die problemen zijn niet van gisteren en moeten niet als excuus aangegrepen worden om ook een nieuw probleem te negeren.

Meer wetenschap: graag dus! Hij doet echter allerminst zijn best om het debat in die richting te sturen. Integendeel, als we het over de ramp zouden willen hebben die ons overkomen is en die littekens trok in het familieweefsel van tienduizend gezinnen, dan zegt hij dat het gezond verstand werd aangetast. In het Engels heet dat: 'adding insult to injury', hier nogal letterlijk te nemen. Nu kijk ik zelf nooit naar het journaal omdat VRT niet meer op antenne zit in Brussel, maar de televisie afzetten is ook voor Lieven Annemans natuurlijk een optie als de kwaliteit hem niet aanstaat. Een econoom moet rond de rigiditeiten zien heen te fietsen. Bovendien maakt hij zelf het nieuws door een stuk op de website van de VRT te plaatsen. Ik snap dus zijn probleem niet. We bespreken andere halszaken, zoals het verdwijnen van Maddy McCann, verkiezingen in de Verenigde Staten, granaataanslagen in Antwerpen en te goed of te slecht weer aan de kust toch ook met de eentonige regelmaat van de klok? Kan het kwaad als daar een wetenschappelijke rubriek of een medisch bulletin zou bijkomen? Het zal hem toch niet ontgaan zijn dat het coronavirus harder toeslaat in landen waar het met de volksgezondheid niet goed gesteld is. Obesitas en vitamine D-tekort zijn reële problemen in het westen.

Zijn gemeenste platitude is dat het leven risico's inhoudt: "Het leven leidt in 100% van de gevallen tot sterfte." Een analyse van een dermate hoog moreel niveau dat het de rechtse sociaal-Darwinistische patsers die naar COVID-feestjes trekken om hun immuniteit op de proef te stellen met verstomming doet slaan, niet omdat ze niet zover gedacht hadden, maar omdat een professor zich op hun golflengte begeeft. Wat Lieven Annemans handig nalaat te vermelden, ondanks het feit dat hij het zeker weet, is dat je sommige risico's zelf kiest, maar het beleid en de maatschappij jouw risico op COVID-19 bepaalt. Je krijgt bovendien, in tegenstelling tot het pak friet, muurklimmen, en ander onveilig genot, niets in ruil. Of we het noodlot aanvaarden is dus een democratische keuze die anderen maken, en daarin zijn er grote verschillen tussen oost en west. De oosterse, collectivistische cultuur zet de eigen vrijheid langszij om de voor de groep meer kansen te creëren, terwijl de westerse, individualistisch cultuur in het gevangenendilemma dat zich stelt kiest voor de tweede-best optie: niet de idioot zijn die zich nodeloos voor een ander opoffert, maar vervolgens zelf het gelag betaalt. Zulk speltheoretisch inzicht zou een gezondheidseconoom kunnen aanbrengen, maar het kan zijn dat het verstand al is aangetast. Of misschien is solidariteit slecht voor het bbp.

In de plaats verschuift gezondheid naar het tweede plan: er zijn namelijk andere aandoeningen, andere zorgen, eenzaamheid, depressie, huiduitslag, en conjuncturitis (niet te verwarren met conjunctivitis). De assumptie dat er een afruil is wordt niet bewezen. Met nieuwjaar zullen we elkaar dus voortaan het beste uit het lijstje van Lieven Annemans' prioriteiten, in plaats van de beproefde goede gezondheid en door succes verlengd leven. Bovenaan z'n lijstje staat dan de conjunctuur, die kan wat meer inflatie en minder inflammatie gebruiken. Faillissementen zijn toch ook niet gezond. Die zeventig overlijdens per week - een luxebus naar Lourdes, zeg maar - die slachten we graag op het offerblok van de kleinhandel. We sturen de spreekwoordelijke bus het ravijn in en spreken er niet meer over. De economie kan zo blijven bollen van Brantano to brol.com. Het feit dat overhaast werk op middellange termijn de problemen vergroot, gaan we niet modelleren of aankondigen. Coronavirussen komen jaarlijks terug, willen we dat wel weten? Langdurige ziekte, willen we dat meten en onderzoeken? Professor Annemans meent van niet, kiest voor de klucht in plaats van de tragedie, of houdt die laatste achter de hand voor later. We mogen niet te veel verklappen, in de toekomst moet er ook nog duiding komen, of retrospectie over het huidig falen. De mainstream-stem wordt enerzijds uitgevonden, anderzijds onderdrukt. Zulke uit de VS overgewaaide, antiwetenschappelijke tendensen zijn in trek in Vlaanderen anno 2020, dat zich in het spoor van de Hanzelanden wil meten met boreaal Europa. Wegens de verpakking en de goedkope degelijkheid neemt men dan enkel Zweden als toonbeeld. Dat doet het niet slechter dan ons, en met minder moeite, dus maskers af. Het bijbehorend fascistisch meubelair hebben we bovendien toch al in huis gehaald. De onderzoeker hoeft zich niets meer af te vragen, het beleid is niet meer aansprakelijk, en de kijker kan weer onbekommerd in z'n zetel ploffen om te genieten van het natuurrecht op luiheid, mentale ontlasting, en voetballende gladiatoren.



Post scriptum

Blijkbaar is Lieven Annemans één van de ondertekenaars van dit pamflet van de hand van Frederik Feys: 

NAAR EEN OMGEKEERDE LOCKDOWN!

OPEN BRIEF AAN DE BELGISCHE REGERING EN EXPERTENGROEPEN VANWEGE ARTSEN, SPECIALISTEN, GEZONDHEIDSWETENSCHAPPERS, ONDERZOEKERS EN ZORGVERLENERS


Door het lettertype en de exclamatie zou je kunnen denken dat het een gedicht van Paul Van Ostayen betreft, maar het is niet zo uniek. Je vindt dit "alternatieve narratief" tegenwoordig overal in de wereld (in Duitsland: Arzte für Aufklärung, in de VS het duo spoedartsen dat van YouTube werd geband). Soms gesponsord door obscure propagandakanalen, soms spontaan. Er staat strikt genomen niets verkeerd in, en 23 referenties zijn beter dan niets. Het probleem is dat men een aantal facetten kort bestudeert, telkens een positie inneemt die verdedigbaar is, maar zeker niet de enige mogelijke interpretatie, en vervolgens al die posities gaat bundelen tot een nieuw narratief dat zogezegd het oude langs de kant zet. Dat is geen wetenschap meer, maar politiek, en we zijn er vatbaar voor. Hier en daar valt men door de mand, meer bepaald als het op symbolische kwesties aankomt: het superieure Zweedse beleid, de onzin van mondmaskers. Daar verliest men de pedalen en toont men dat artsen al eens tekortschieten wat onderzoeksvaardigheden en logisch inzicht betreft, niet voor het eerst in deze epidemie! De werkelijkheid is veel genuanceerder dan wat men ervan maakt, en de fouten die men zogezegd blootstelt zijn er vaak niet eens geweest, of niet in de grootteorde van wat beweerd wordt. Aan welke kant zitten de dramaqueens? Tegenover hun anti-narratief moet niet nog eens een narratief gezet worden, maar wel onderzoek, data, transparantie, nuance, en debat. Niet slechts A tegen B, maar het hele alfabet. Elk thema staat op zich, dat is normaliteit in de wetenschap, de rest is ideologie. Door alles met alles te verbinden win je altijd de strijd, omdat er geen tegenstander is die dat allemaal beweert of gelooft, behalve de tegenstander die je in je verbeelding hebt gecreëerd. Dat zou wel eens één van die psychologische gevolgen kunnen zien waar Frederik Feys alles van afweet, omdat hij er zelf aan lijdt.

Twee voorbeelden van contradicties wanneer men alles aan elkaar vasthangt:

  • In ontwikkelingslanden zou de IFR lager zijn omdat mensen van nature resistenter zijn omdat ze in minder hygiënische omstandigheden leven. Is dat zo? En als dat zo is, kunnen we daarom concluderen dat we net vuiler moeten gaan leven? Zien we dan niet de andere ziektes over het hoofd die dààr het gevolg van zijn, en waar de ondertekenaars juist meer aandacht voor vragen, in tegenstelling tot de grote focus op COVID-19 nu?
  • Het mondmasker is het symbool geworden van de westerse individualistische weerstand tegen verslaving, maar er zijn ook gegronde redenen waarom het onverstandig zou kunnen zijn continu een stuk stof voor je mond te houden. Zo zou je een bacteriële infectie kunnen oplopen. Maar wie loopt in de praktijk continu met zo'n masker op? Waar zijn de gegevens dat die infecties epidemische proporties zijn gaan aannemen? Kunnen we dan in de winter ook geen sjaal meer dragen en op de fiets geen bandana? Hadden de auteurs overigens niet net gezegd dat we het immuunsysteem wat meer moesten uitdagen? Anderen in dat kamp beweren dan weer dat het geen effect heeft op het inhaleren van druppels of aerosols: wat maakt het dan precies uit, als het doel toch is om de mens aan het virus bloot te stellen?
De wetenschap evolueert en we moeten constant onze opvattingen bijstellen, zelfs over heel basale zaken. Wie er een symboolstrijd van maakt, komt echter in de rats te zitten, en gaat heel selectief onderzoek citeren om toch maar zijn narratief gaaf te houden en de cognitieve dissonantie tegen te gaan: het gevoel ongelijk te krijgen versterkt het irrationele geloof gelijk te hebben, want men wil niet falen. Zelfs zeer geleerde mensen trappen in die val. Dunning-Kruger is ook van toepassing, voor wie er net voldoende van begrijpt om te geloven wat hij of zij wil geloven. Wanneer men de overzijde echter niet wil of kan begrijpen, zou men eigenlijk moeten besluiten dat men z'n toon moet bijstellen, enige bescheidenheid voor de dag moet leggen, en moet beseffen dat, hoewel we naar zekerheden verlangen en artsen van waarschijnlijkheid moéten uitgaan omdat je niet kan twijfelen als iemand aan het bloeden is, we fundamenteel onzeker zijn en alles voorwaardelijk is. Zij die het luidste waarschuwen voor een schrikbewind, hebben daar wellicht angst voor.


Nog een post scriptum

In De Morgen verscheen op 27 augustus een open brief van een nieuw kransje proffen, met de oproep om paniekvoetbal te vermijden, andermaal ondertekend door Lieven Annemans. Iedereen die tegen voetbal is, kan op mijn sympathie rekenen, en bovendien vind ik de tien punten goed. Dat het er tien zijn en geen elf of negen, is iets te veel toeval om niet de indruk te wekken dat er hier en daar een fetisj is bijgezet die nog ruikt naar mijn kritiek hierboven, maar ik kan en moet niet op alles reageren. Het is een brief, geen grondwet, dus geen commentaar.

Mijn woorden waren nog niet koud, of ik las dat Lieven Annemans op dezelfde dag nóg een open brief heeft ondertekend, namelijk in De Tijd, en deze keer vlakaf degoutant. Dat het deze keer zeven punten zijn en geen tien verraadt dat er beter over is nagedacht. De aard van het beestje komt boven: ik noem dit geboefte dat armenzorg ontdekt omdat corona te veel kost. Men neemt enkele onvergefelijke methodologische shortcuts om een laissez-faire beleid door te drukken, legt andermaal de mainstream-stem woorden in de mond, en poneert een aantal absolute medische valsheden. Het is een doordrukje van alles wat alt right in deze epidemie heeft naar voor geschoven: meer ideologie dan wetenschap, zelfs al staan er zoveel dokters in het lijstje ondertekenaars dat geen van hen ooit nog ziek zal worden.