vrijdag 26 augustus 2016

Burkini-opinie

Een zoveelste symbooldiscussie.

De burkini laat niemand onberoerd. Door het groteske uitzicht van de nieuwe badkledij voor half-vrijgevochten moslima's ontsnap je niet aan een mening, en zal die allicht niet ver afwijken van je eerste indruk. In tijden van terreur en bedreiging voor de collectieve identiteit, is het ook het doelwit van racistische projecties en de spil van een gelijkheidsideaal. Door dit debat te voeren, gaat men echter mee in een symboolstrijd en symptoombestrijding, wat zelfs met de beste intenties niet tot een oplossing kan leiden, maar enkel tot verdere polarisering. Het debat ontzenuwen vereist echter geen toegeving in de ene of de andere richting, want net omdat het symbooldiscussies zijn is het belang ruim overschat. Men kan in elke situatie leven zonder er een drama van te maken - dat drama is precies wat we zouden moeten vermijden. De voorwaarde: geen enkel partij moet gelijk willen krijgen - en dat is natuurlijk moeilijk!

Geen clash of civilisations, maar strijd der seksen.

De werkelijke toedracht heeft niets met de positie van de vrouw te maken. Het burkiniverbod is, in de negatieve variant, een islamofobe en 'borderline fascistische' maatregel, een agressieve competitieve strijd tegen de invasieve salafistische islam. In de positieve variant is het een angstreactie en wanhoopskreet tot sociale cohesie op laïce leest, waar men religieuze tekens uit het publieke leven bant wanneer ze te bepalend worden of breder nog - en zo zie ik het graag - waar men ingrijpt tegen te verregaand puritanisme omdat dit een morele veroordeling van de vrijen, niet van de onvrijen, inhoudt (vergelijk het met de crowding out van speedo's door hotpants in een zwembad). In ieder geval: dat men een waardenoorlog voert tegen de onderdrukking van de vrouw is onzin, omdat de traditionalistische tendensen in Europe niet bekommerd zijn om een onderdrukking meer of minder. De vrienden humanisten zouden een moslima met subdominante trekjes geen duimbreed in de weg staan, maar hopen alleen dat ze haar kinderen door de uiterlijke segregatie niet tegen onze maatschappij doet keren. Het is dus hypocrisie of eigenbelang, maar het genderdiscours is slechts ideologie op metaniveau.

Dat is trouwens het fijnzinnige aan dit debat: er is geen strijd tussen oost en west, maar tussen mannen en vrouwen. Mensen, als geboren racisten, verdedigen de eigen apensoort, en zoeken binnen de soort gelijken op. Soms op basis van huidskleur, vaak naar gelang de leeftijd, en vaker op basis van geslacht - met weinig uitzonderingen een gemakkelijk te onderscheiden kenmerk. Vrouwen hebben het gevoel zich sterk te moeten weren in het maatschappelijke leven, en vinden het blijkbaar mogelijk om dat te vergelijken met het verweer dat mannen moeten bieden. Dat is volgens mij zoals je eigen hoofdpijn afmeten aan het gebrek aan hoofdpijn dat je voelt in iemand anders zijn hoofd. Het lijkt mij waarschijnlijker dat iedereen zich moet weren ("ieder zijn jihad" als persoonlijke strijd) ongeacht die demografische details, maar dat valt nu eenmaal niet te bewijzen omdat je enkel jezelf kan zijn. In elk geval, gender heeft een groot belang in onze samenleving, huishoudens, en consumptiepatronen, en dit wordt geschraagd door jarenlange tradities die ons niet vrij laten en waar we soms zelfs in 'geloven'. De mogelijkheid blijft echter bestaan om te stemmen met de voeten, en bijvoorbeeld in Scandinavië het Veet vaarwel zeggen.

Een substantieel aantal vrouwen sympathiseert echter met de Arabische vrouw in tuniek aan de Franse kust die door de - mannelijke - agenten werd uitgekleed. Het was een kolderiek beeld, want die vrouw had eigenlijk geen burkini aan, en van alle badgasten waren in feite de agenten het minst passend gekleed. De onbeholpenheid van die mannen, het gebrek aan gemanierde omgangsvormen, de Babylonische spraakverwarring met de ongeïnformeerde dame, en de verraste omstaande zonnebaders, maakten het plaatje aandoenlijk en surrealistisch. De media en de opgehitste publieke opinie maakten het echter tot een schande. Nu kan je van amateurisme veel zeggen, maar niet dat het schandalig is - daar is het per definitie niet perfect genoeg voor. Maar vele vrouwen zijn dus nu echt kwaad.

Als we toegeven dat we allemaal een beetje schrik hebben van de samengevatte-korancriminelen, dan lijkt de vrouwelijke angstreflex bio-anthropologisch niet zo vergezocht. Terwijl mannen vaker de neiging hebben de tegenaanval in te zetten bij een terreurdreiging, en dus op hun beurt geboden gaan opleggen, zal de vrouw zich terugtrekken en haar lichaam - de burcht des levens - beschermen. Wie kwetsbaar is én atomair denkt zal bij dreiging conservatief reageren. Vandaar dat het frêle vrouwen waren die het fascisme omarmden na de vermeende en reële aanrandingen in Keulen, en de stoere toon van moeder Merkels 'Wir schaffen das' deden omslaan. Vandaar dat het nu vrouwen - met een geanticipeerde breekbaarheid - zijn die zwaarder tillen aan het verbod om zich te verhullen dan aan het gebod om dat te doen. Qua beperking van de vrijheid is een gebod eigenlijk ingrijpender dan een verbod, maar men gaat dit niet afwegen tegenover elkaar. Het niet zo dat ik vrouwen of mannen ongelijk geef en het is natuurlijk ook niet zo dat er geen variatie zou zijn in elk van beide groepen, maar dat er verschillende manieren zijn om om te gaan met angst, en dat die misschien een biologische grondslag hebben, zorgt ervoor dat er over die expressie nooit eensgezindheid zal zijn. Vandaar dat we die gemeenschappelijke angst niet aan de monding moeten aanpakken - de bron van angst zit dieper en heeft een structurele basis (zie opinie over de gewapende jihad). We kunnen wel een nuancering aanbrengen, het onverzettelijk gelijk van onze benadering opgeven, omdat net dat ons doet vervallen in een symboolstrijd en van die symbolen worden radicalen sterker. Een symbool is een label voor goed of kwaad - halal of haram - en verdeelt door zijn bestaan reeds de gemeenschap. Het helpt dus niet om positie in te nemen, en elke positie is fundamenteel ondemocratisch.

De rechtstaat blijft overeind, maar helaas geen hoopvol geluid.

Er wordt nu gejuicht en getreurd omdat de Franse Raad van State de burkini-ban heeft opgegeven. Heeft de Franse staat nu toegegeven dat het afgleed naar een nieuw Vichy? Neen, integendeel: de schoonheid van de scheiding der machten, uitvoerend, wetgevend, en gerechtelijk, en van de scheiding tussen kerk en staat, is net dat er in het systeem veiligheidsmechanismes en vertragingen ingebouwd zitten. Dat betekent dat je ongelijk kan worden omgebogen in gelijk, maar ook dat een enkele onrechtvaardigheid niet noodzakelijk volstrekt totalitarisme inluidt. In een democratie zijn er zaken die je niet bevallen, maar het is niet het einde van je vrijheid. Wie er dat van maakt apprecieert de democratie niet. Frank Furedi geeft in 'On tolerance' weer hoe ver men kan gaan in het tolereren van fouten; zo lang er geen fysieke schade is of beperking van kansen, is dat voor hem vrij ver. Denk aan een verbod op groene schoenen in de cinema: duidelijk een beperking van je vrijheid, maar duidelijk ook onbeduidend. Opnieuw kon het burkini-debat in de kiem gesmoord worden door in een vrolijk t-shirt te baden. Noteer dat ik uitzonderlijk Maarten Boudry zijn opinie onderschrijf dat er geen verschil is tussen de vrijheid van meningsuiting en persoonlijke overtuiging, en de vrijheid van religie. Het is inderdaad een overbodige kwalificatie die religieuze tekens boven andere deviante kenmerken en rebellie stelt.

De uitspraak is echter geen bevrijding. Het ergste moet nog komen. Wie gelooft in het eigen gelijk kan nu hetzij juichen dat de rechtstaat heeft rechtgesproken wat men krom vond, of kniezen dat we ons eigen graf graven. Hoe dan ook verliezen we, want het is niet omdat een gerechtshof oordeelt, dat de kniezers dat recht erkennen - zij zijn, zoals iedereen, geen hyperrationelen die mijn betoog hier op kudos gaan onthalen, evenmin als de moslims die plotsklaps de Verlichting aanzetten. Beide dwingen het recht maar af als het hen gelijk geeft. Door de uitspraak kan integendeel een verdere radicalisering verwacht worden aan westers-traditionele kant, en dus een overwinning van het FN (ondertussen heeft het AfD in Duitsland het hen al voorgedaan). Anderzijds was bij het doordrukken van de wet door de oosters-traditionele kliek ook een radicalisering gevoed, door het opblazen van dit symbooldossier als een schisma tussen oost en west, bij westers links en oosters rechts. De juridische optie, hoewel eerbiedwaardig, is nooit een volkomen oplossing, zoals een stembusslag op zich onvoldoende democratische legitimiteit heeft. Het is tussen de mensen dat de geesten rijpen.

De kern van dit betoog is dat het eigen gelijk langs de kant moet worden gezet voor empathie - het inzicht in hoe men gepercipieerd wordt. Shocktherapie kan daarbij helpen, vandaar dat men op school soms bepaalde kledij verbiedt om kliekvorming tegen te gaan - en dat beter nu ook zou doen! Dit zijn echter maatschappelijke omgangsvormen die tot de sfeer van normen en waarden behoren die sociaal wordt gedeeld en geen wettelijke basis nodig heeft. Een verbod is dus minder schadelijk als het tijdelijk en lokaal is, minder of niet racistisch als het te omzeilen valt, en misschien nog het meest efficiënt als het er niet is: in Brusselse zwembaden mag men bijvoorbeeld een burkini dragen, tijdens de uren die men afhuurt voor privégebruik. De kledingscode tijdens de publieke uren heeft alleen te maken met het hierboven vermelde crowding-out effect, maar wordt voor de handigheid in de categorie hygiëne geplaatst - mensen met een sterk confessioneel gevoel kunnen gemakkelijk leven met zo'n hypocrisie, dus er stelt zich geen probleem. Een andere optie is om thematische zones af te bakenen in de morele sfeer - zoals gebedshuizen als het om afgoderij aankomt. De democratie dient minderheden te beschermen, en laat bijvoorbeeld naaktstranden toe om geslachtsdelen te bronzeren voor wie dat belangrijk vindt. Men mag tegemoetkomen aan de wens om zich eigenaardig te kleden, maar men mag ook een discussie voeren over de logica van een onschuldige tuniek wanneer die om geen enkele rationele reden verwijst naar religie - een t-shirt kan je lichaam verbergen of beschermen tegen huidkanker, een kruisje of Allah zal dat niet doen. Het is niet onredelijk dat verwacht wordt van wie die irrationele stap zet, zich bewust zou zijn van de perceptie. Ondanks het feit dat de vrouwelijke contouren toch een beetje zichtbaar zijn, en de strikte islamitische voorschriften een beetje geschonden, kan men niet ontkennen dat er een religieus kantje aan de kledij zit. Voor de toeschouwer kan dat misplaatst overkomen, als de gelooft dat er een wolf aan de deur staat. Nog los van de complottheorieën (volgens vele moslims is de Islamitische Staat een joods-westers complot, en dat is niet eens uitgesloten) kan men zich inbeelden dat de correlatie met een snelle verandering van de bevolking (zie stuk over Haidt) vragen doet rijzen bij een groot deel van de bevolking. Precies de onzekerheid over hoe het wél in elkaar ziet, impliceert dat wie het verband niet inziet of negeert onder het mom van onbetrokkenheid, zich onburgerlijk en nalatig gedraagt. Dat mag wel, maar het betekent dat de verantwoordelijkheid om te ageren ontloopt. Vergelijk het met paraderen in nazi-uniform in april 1940 door de straten van Brussel. Men kan dan wel zelf geen aanslag beramen (altijd waar tot je er niet meer bent), maar men is betrokken omdat men in een gemeenschap leeft. Als dat niet zo zou zijn dan heeft mode geen betekenis, want ze wordt niet gepercipieerd door anderen die in je wereld niet bestaan. In de analyse van de terreur heb ik al beschreven dat men vanuit de moslimgemeenschap beter geanticipeerd had op de links met de meest radicale groeperingen die een ethische lijn doortrekken die de bronteksten niet vreemd is, om andermaal het debat te ontmijnen voor het tot een juridische veldslag zou komen. De traditionalisten aan beide kanten hebben echter de gelegenheid te baat genomen om zich in te graven in de eigen stellingen, en met de recente ontwikkelingen zal dit zich alleen maar sterker doordrukken. Ik hoop dat men de toon verlicht. Daarvoor was het goed dat, paradoxaal genoeg dankzij de ophef, vrouwen van diverse pluimage dichter bij elkaar kwamen, en de burkini als coup de theatre een symbool van emancipatie werd en vrolijker kleuren kreeg. Een andere paradox waren de cartoons die gedeeld werden als aanklacht, maar uiteindelijk iedereen door de mangel haalden. Ze verwierpen de wet of het dictaat, maar impliciet ook het gebruik - niet iedereen zag dat aankomen. Daar kunnen we meer mee dan met de lijvige betogen van kleine tirannen van het feminisme, salafisme, of simplistisch egalitarisme.