Probleem
De tunnels in Brussel zijn slecht gemaakt en slecht onderhouden. Ze staan op instorten, en het herstellen is peperduur. Ondertussen raakt het verkeer in de knoop.Oplossing
Resoluut kiezen voor plan B, een nieuw mobiliteitsbeleid, in plaats van het oude op te lappen. Investeer onmiddellijk in een nieuw, eenvoudig plan zonder tunnels, maar met een cameraschild, twee tolringen, parkings, en shuttles.Analyse
De autowegen zijn verzadigd. Dat heeft meer te maken met een teveel aan wagens dan met een gebrek aan wegen, zo bewijst het buitenland. Naarmate er capaciteit op de wegen toeneemt is er voor elke individuele automobilist een verleiding om daar als eerste van te profiteren. Speltheoretisch heet dit de tragedy of the commons. Iedereen die terug naar de jaren 1950 wil heeft deze logica niet begrepen.Brussel, vroeger al de filehoofstad van Europa, heeft een bijkomend probleem. De tunnels op de invalswegen en op de kleine ring zijn gemaakt uit minderwaardig beton dat bovendien niet goed is onderhouden. De herstellingswerken zouden oplopen tot 1 miljard euro, zonder de imagoschade mee te rekenen. Voor die prijs zetten we dus geen stap verder.
Steeds opnieuw zijn verkeersproblemen en veiligheid de belangrijkste verzuchtingen bij verkiezingen op lokaal niveau. Mobiliteit met minder auto's hoeft niet te leiden tot volstrekte onbereikbaarheid, en kan de stad als bestemming opwaarderen. Het tunnelbudget komt daarbij onmiddellijk van pas.
De eerste doelstelling is om de autodruk te verminderen. Daarvoor moet een dubbele stadstol worden ingevoerd in combinatie met een parkeerplan.
- Bij het oprijden of kruisen van de grote ring.
- Bij het oprijden of kruisen van de kleine ring.
De enige manier om dit in België te organiseren is met een cameraschild en informatiepanelen. Geen enkele andere methode, zoals rekeningrijden of tolpoorten, is snel genoeg of voldoende praktisch. Belgische wagens krijgen automatisch een afrekening, buitenlandse wagens moeten een kredietkaart openstellen of krijgen de afrekening bij het verlaten van het grondgebied. Zo'n douanecontrole onder het mom van 'péage' is ook handig voor de nationale veiligheid en zal niet op tegenkanting stoten. De tol kan fiscaal neutraal zijn: men betaalt minder verkeersbelasting of accijnzen, maar heeft een verbruikskost. Dat past eveneens in de lijn van het federaal beleid.
De eerste tol (grote ring) kan symbolisch laag zijn, bijvoorbeeld 4 EUR, waarbij men kan parkeren op grote overstapparkings en gratis een shuttle gebruiken op de vijf spokes en een heen- en terugverplaatsingen op verschillende concentrische ringbussen of metro.
De tweede tol (kleine ring rond de vijfhoek) dient hoger te zijn, bijvoorbeeld 16 EUR (dus 20 EUR gecumuleerd), waarbij één dag gebruik gemaakt kan worden van een openbare parkeergarage.
Het verkeer dat niet op parkings belandt moet via éénrichtingsinvalswegen en -uitvalswegen (het plan 'Van Damme') en lussen naar de bestemming geleid worden. Voor elk traject mag er maar één route zijn.
Eén cameraschild, twee tolringen, vijf shuttle-lijnen, tien randparkings, en vier parkeerlussen in de binnenstad: is dat alles? Ja, en het kost een fractie van het tunnelbudget.
Maken we winst? Nee, want er is een tweede doel, namelijk de stad oplappen, niet de tunnels. De werken aan de metro's en treinverbindingen moeten nog steeds gebeuren - er is geen reden om die situatie rooskleuriger in te schatten. Een uitbreiding van deze netten is trouwens al gepland. Tegelijk moet een gevoel van betrouwbaarheid en veiligheid gewaarborgd worden, wat bepalend is voor het imago. Wie gevraagd wordt om zijn wagen achter te laten, moet hem ook terugkrijgen; wie op de shuttle gaat zitten, moet die dienst vertrouwen. Wie de trein neemt, moet op tijd komen en zelfs tijd besparen. De stad zelf moet comfortabel zijn, de moeite van de verplaatsing waard. De nieuwe balans tussen bereikbaarheid en aantrekkelijkheid leidt tot hetzelfde economische resultaat, maar in een duurzame stad waar de leefbaarheid erop vooruit is gegaan.
Verandering leidt altijd tot weerstand, en weerstand leidt tot vertraging. De politieke wereld is de enige denkbare partij die belang heeft bij vertraging en een verstoring van de coördinatie, waardoor een inefficiënte keuze wordt gemaakt, met name wat nu op tafel ligt: visieloos oplapwerk en een verkeersinfarct. Een alternatief plan zoals hier voorgesteld kan dus enkel slagen door inmenging van een hoger coördinerend niveau, weze het de EU of de in staat van ontbinding verkerende federale overheid, of door de organisatie van een andere partij in het spel, namelijk het middenveld, het bedrijfsleven, of milieugroepen.