Probleem
Brussel wordt niet gezien als een hoofdstad. Niet door de Europeanen, noch door de Vlamingen. Er is geen liefde voor Brussel zoals een Fransman trots is op Parijs. Er bestaat geen relatie tussen het volk en de hoofdstad.Analyse
Brussel heeft een identiteit, maar die heeft vele gezichten. De tragedie van superdiversiteit is echter dat niemand het voortouw neemt in het beleid. Als boutade zeg ik soms dat zolang het justitiepaleis in de steigers staat, de politiek zichzelf belangrijker acht dan de burger. Er is geen politieke samenwerking, maar ook de culturen leven grotendeels gescheiden van elkaar. Het ene vloeit uit het andere voort.Als je de Europese Unie, en het verbond van haar volkeren, niet in twijfel trekt, kan je ook de multiculturaliteit van Brussel niet in twijfel trekken. Als kruispunt van beleid, economie, en culturen, kunnen we geen monocultuur voorstaan. Meer nog: door de stedelijke dynamiek evolueert de stad naar tweepolige entiteit, met 'op de hoogtes' (Etterbeek tot Woluwe) een Europese elite, en 'in het dal' een Afrikaanse onderklasse. Die constellatie maakt diversiteit in de stad tegelijk onvermijdelijk en onmogelijk.
Politiek is een afgeleide van cultuur, en cultuur is een afgeleide van economische verhoudingen. De omgekeerde beweging is veel minder belangrijk en zelden subversief, maar individueel kan men er iets aan hebben, en individuen zorgen soms voor een verandering. De overheid kan en moet daarom inspanningen leveren om culturen bij elkaar te brengen. Ik verwijs hierbij naar de ideeën van Richard Florida over de 'creative class' en 'urban regeneration'. We kunnen dit veralgemenen: alleen als Brussel een habitat blijft voor elke gemeenschap, dan kan Brussel zo divers blijven als haar structurele positie (economisch, politiek, sociaal) haar oplegt.
Kreatiev!
Er bestaan op dit moment plannen om een museum voor moderne kunst op te richten. Dit is een evidentie. Grote musea met een internationale blik maken een stad interessant, en een bevolking ontwikkeld. Een museum heeft dus niet enkel tot doel om te documenteren en te archiveren, maar zeker ook om te integreren.Als socioloog verbaast het mij daarom des te meer dat er musea zijn voor kunst, etnografie (e.g. het prachtige Musée du Quai Branly in Parijs), nationale banken, bier (jakkes!), oorlog, en zowat alles wat de mens produceert of in het verleden heeft gepresteerd, maar dat er geen uitleg gegeven wordt bij hoe een land of een stad er vandaag uitziet. Een museum van de sociologie of demografie is net zo evident als een museum van hedendaagse kunst. Het gaat trouwens verder dan dat: in de hedendaagse kunst is het niet ongebruikelijk om de hedendaagse cultuur te symboliseren. We documenteren dus wel de symbolen, maar niet het onderwerp waar ze voor instaan. Persoonlijk vind ik bij kunst niet de mening van de artiest interessant, maar we het vernuft waarmee deze in symbolen wordt uitgedrukt. Zonder afbreuk te doen aan de plaats van (hedendaagse) kunst in de samenleving, vind ik bijgevolg dat dat de samenleving zélf meer aandacht verdient.
Daarom doop ik bij deze het "European Metropolitan Centre of Cultures." Men kan dat afkorten als EMCC, een welbekende formule uit de fysica die naar verluidt aangeeft dat alles gerelateerd is. Toepasselijk dus voor een samenleving waar verschillende krachten op elkaar inwerken. Concreet zou dit 'museum' een kaart moeten maken van de statusgroepen die in een stad als Brussel bestaan. Dan gaat het over de Belgen, met hun twee gemeenschappen, waaronder het vreemdsoortig Vlaams volkje dat niet op andere Vlamingen gelijkt maar toch samentroept in de Flamingo, een vitrine voor gestrande hoogopgeleiden die beloerd worden door Oost-Europese tippelaarster. Dan gaat het over Eurocraten, een halfbloed soort volksfiguur gemaakt van eigendunk en LinkedIn. Niet meteen een afspiegeling van het afvaardigende volk, maar daarom niet minder gedistingeerd als type. Het gaat over Centraal-Afrikanen die inspiratie geven tot de betere non-fictie in mijn taalgebied, en de Noord-Afrikanen die er fijntjes op wijzen dat het religie is die mensen ontvangt en verbindt. Er zijn ook Noord en Zuid-Amerikanen, en tenslotte blijven de Oost-Aziaten zoals in elke grote stad nooit onopgemerkt. Elk van die culturen en subculturen heeft een fierheid, die ieder erkent als men ze herkent. Het probleem is echter dat deze groepen mensen ook andere zaken te doen hebben dan de hele dag hun cultuur uit te dragen, dat er barrières zijn om zich, om een voorbeeld te geven dat niet over taal gaat, religies te verbinden, en dat er verschillende belangen zijn die de culturele ontmoeting dwarsbomen.
Productiev!
Het concept van dit museum is zo dat men vertrekt met een sociologische situering van zichzelf als behorend tot verschillende groepen. Men is jong en hip, of oud en traditioneel. Men is rijk of arm, heeft aspiraties of frustraties. Men is gelovig of men is het niet, geëngageerd of hedonistisch. Met zo'n profiel op zak besef je dat een bril opzet wanneer je naar een andere statusgroep kijkt. Het probleem met statusgroepen als concept is wellicht dat er een soort ordening kan verondersteld worden. Dat hoeft niet, het zijn louter natuurlijke cluster van persoonskenmerken, wat ook wel een cultuur zou kunnen heten zonder dat de ene meer geavanceerd of superieur is aan de andere. Vervolgens loopt de bezoeker doorheen de verschillende, eerder etnisch-geografisch afgebakende zalen, in de volgorde die hierboven is vermeld, d.w.z. te beginnen met het 'gastland', vervolgens haar supranationale politieke eenheid, en daarna de gebieden die het sterkst vertegenwoordigd zijn in de stad. De verschillende gemeenschappen mogen zichzelf presenteren, een missie gelijkaardig aan het Institut du Monde Arabe in Parijs, bijvoorbeeld. Men toont de beleving van de stad door de gemeenschap, en wijst op de betekenis van de gemeenschap voor de stad. Hieraan gekoppeld is er een presentatie van de gemeenschap, die een bezoeker bijvoorbeeld toont wat hij zou zien mocht hij bijvoorbeeld naar Molenbeek of Drogenbos trekken, afhankelijk van de concentratie van een gemeenschap, of naar een lezing in de bibliotheek van Solvay. Er is ook plaats voor een reflectie over een wenselijke toekomst. In elke zaal, of zelfs op meerdere punten in zo'n zaal die een gemeenschap omschrijft, kan de bezoeker de afstand of nabijheid tot de cultuur laten berekenen (bijvoorbeeld met een klein toestel met een infraroodzender). Zo ontdekt een Orthodoxe Christen uit Roemenië misschien onverwachte gelijkenissen met een salafistische imam (noot: geschreven in ille tempore non suspecto), of vindt een Milanese couturier overeenkomsten met een Duitse wapenlobbyist. Een gemeenschap kan hier ook uit leren dat ze ver staat van de gasten die de stad ontvangt - maar ik heb wat dit betreft geen enkele gemeenschap in het bijzonder voor ogen. Op het einde van de expo komt er een belangrijke zaal voor het individu. Uiteraard zijn culturen belangrijk voor het optrekken van de decors waartussen we laveren, maar we genieten een ruime vrijheid om onszelf als individu te ontplooien. Helaas wordt dit niet altijd aangemoedigd. Culturen kunnen een hinderpaal zijn, maar ook de administratie of puur toeval en pech kan zelfrealisatie in de weg staan. Als dit museum tot doel heeft verschillende groepen inwoners en gasten aan elkaar voor te stellen en welkom te heten, dan dient het dit ook te doen naar het individu. In deze zaal kunnen zulke realisaties getoond worden, maar kunnen ook sleutels meegeven worden om het eigen doel te realiseren. Ik denk bijvoorbeeld aan een platform voor contacten met de administratie, met ondernemers, met politici en culturele verenigingen. Ook een toerist komt in de stad met een doel, en hierop kan men inspelen door niet enkel de traditionele en alternatieve informatie aan te bieden, maar ook door te achterhalen wat de vragen zijn van een toerist wanneer hij naar de stad trekt ("zal ik verbaasd worden, wil ik verbaasd worden, wil ik romantiek, controntatie, etc.").Het idee is dat de expo in principe betalend is, behalve de eerste en de laatste zaal. Die dienen namelijk ook na een tiende bezoek nog van nut te zijn. Vandaar dat de ideale vorm een cirkel lijkt: begin en eind ontmoeten elkaar zoals mensen die een stad binnengaan en verlaten. Transit is eigen aan de stad. Om op het thema transit verder te gaan - ik maak een grapje - wordt in de kern van de cirkel een keuken gebouwd. Dit is een figuurlijke en letterlijke melting pot: de gemeenschappen kunnen in elke zaal de mensen een hapje aanbieden dat door vrijwilligers of chefs gemaakt wordt. Het is niet de bedoeling om op de gastronomische folklore en traditie tot studieobject te verheffen, maar wel om eenvoudigweg de mensen te verwelkomen met een lekkernij, uit gastvrijheid.
Dit is letterlijk en figuurlijk de basis van de expo. Hierop kan men voortbouwen: op een hogere verdieping kan een hedendaags sociologisch observatorium van de EU voorzien zijn. De relatie met de stad is dan verder zoek, maar misschien voelt iemand daar iets voor. Een verdieping kan zalen voorzien voor thematische exposities of events, alsook een auditorium of filmzaal (een ingekorte versie van Les Barons lijkt me een prachtige entree of afsluiter van een bezoek aan de stad). Ik hoorde van een vrouw uit de Braziliaanse gemeenschap dat zij zo'n ruimte wensen, waar ze de buitenstaanders kunnen uitnodigen in hun wereld. Het klinkt idealistisch-utopisch, maar eventueel is er iets universeels aan de neiging om mensen te willen integreren. Wie ooit naar de Grote Moskee in het Jubelpark is gegaan, heeft dat misschien kunnen ervaren. Toch is er, mijns inziens, een probleem met deze opvatting: er moet een keuze gemaakt worden tussen culturen, meer dan dat er sprake is van gelaagde culturele identiteiten. Identiteit is misschien een groot woord voor een hemd en een das, en dat zijn misschien minachtende termen voor culturen, maar als we kijken naar de realiteit zit een Brusselaar vaak in verschillende werelden, alleen is er die ongezonde neiging tot dominantie van de ene of de andere die leidt tot de duale samenleving van vandaag.
We zullen dit niet allemaal oplossen met een museum, maar zo'n ontmoetingsplaats bestaat vandaag nog niet. Nergens, in geen enkele stad in de wereld, als ik Google mag vertrouwen. De Lidl in de Arteveldestraat komt dicht in de buurt, maar scoort ondermaats op gastvrijheid, en dat is niet de bedoeling. Er is dus wel degelijk nood aan zo'n centrum, en we moeten de stad een metropool durven noemen, zelfs al raakt het gewest amper boven het miljoen inwoners, wat nu ook weer niet zo veel is. De diversiteit is er en moet er zijn, niet omwille van een ethische reden (dat weet ik niet), maar omwille van de opdracht van de stad.
Maar waar plaats je dit cirkelvormig bolwerk, en hoeveel moet het kosten? Het is wel vaker zo dat het eindpunt van een verhaal het vertrekpunt van de probleemstelling is. Op de grens van Anderlecht, Molenbeek, en Brussel stad ligt een hoek die door elk van de drie gemeentes stiefmoederlijk wordt behandeld, de beruchte Ninoofsepoort. Het is ook zo dat gemotoriseerd vervoer op termijn uit de vijfhoek zal geweerd worden. De EMCC kan dus ondergronds parkeergelegenheid aanbieden, en bovengronds de buurt een elan geven van inclusie. Het terras op het gebouw kan zich richten op het centrum van de stad, terwijl het dak toegankelijk kan zijn en uitzicht geeft over alle windstreken. De symboliek daarvan is duidelijk genoeg. Als je weet dat een parking zoals op het Sint-Pietersplein 11 miljoen euro kost, het Guggenheim museum 90 miljoen euro en het Museum aan de Stroom 33 miljoen euro, dan is de verwachte kostprijs lager dan 50 miljoen euro. Etienne Davignon zegt dat het tijd wordt dat de EU iets terug doen voor haar officieuze hoofdstad: dit lijkt mij in aanmerking te komen. Het verdient zich terug in parkeertickets, kaartjes, legitimiteit en samenleving.
Tot slot van dit eindeloos betoog wil ik iedereen oproepen die dit idee genegen is om het uit te dragen. Ondanks mijn concrete ideeën kan ik niet organiserend optreden. Ik zal wel aan de deur kloppen bij sociologen en antropologen, architecten, politici, bankiers en andere bouwheren van luchtkastelen. Als de tijd en de geesten er rijp voor zijn zullen zij elkaar dan wel vinden.
8 mei 2014