maandag 16 december 2013

Zeven vergissingen

In de categorie kontraproduktiev, enkele onnozelheden die in de afgelopen periode - ik zeg niet wélke periode - de revue passeerden. De contradicties zijn weer niet te tellen. Hier een selectie:
  1. Verhogen van de gewaarborgde spaargelden
  2. Gelijkstellen belastingsvrije som beleggingen
  3. Verlengen van de maaltijdcheques
  4. Afschaffen van de provincies
  5. Pleidooi voor holebi-gelijkheid
  6. Hervorming secundair onderwijs naar orientatiescholen
  7. Fiscaal voordeel auto's met lage CO2 uitstoot

1. Verhogen van de gewaarborgde spaargelden

Banken houden geld aan, geven rente in ruil. Een bank kan met een liquiditeitstekort kampen en failliet gaan. Je geld is dan weg. Dat risico had je eigenlijk zelf genomen, want de rente is het huurgeld van jouw centen, en daar moet je ook het risico op faling bijtellen. Omdat niemand dat doet, en een bank gewoon handig is voor andere diensten, is er een gewaarborgd niveau van spaargeld. Toen ik studeerde was dat 20 000 EUR per persoon per bank, tegenwoordig 100 000 EUR (in totaal of per bank - ik weet het niet).

Dat is een slecht idee! Uiteraard, als iedereen plots vijf keer meer verdient, of de inflatie bedraagt vijfhonderd procent, dan is 100 000 EUR equivalent aan 20 000 EUR. Maar dat is niet zo. De maatregel doet op die manier twee zaken: ze beschermt de rijken en ze ontmoedigt concurrentie tussen banken. Immers, wanneer je gedwongen wordt een nieuwe rekening bij een nieuwe bank te openen omdat je over de bovenlimiet gaat, dan wordt de stap naar het verplaatsen van middelen naar de bank die een correcte rente betaald kleiner. Bovendien zal het systeem minder gevoelig zijn, want één bank in de problemen veroorzaak geen bankrun: je hebt nog geld bij een andere bank. Voor wie minder dan 20 000 EUR bezit maakt dit vanzelfsprekend geen verschil.

Door het verhogen van de gewaarborgde spaargelden vergroot men de bankrisico's en vermindert de mededinging.

2. Vrijstellen belastingsvrije som beleggingen

Alweer een geintje van Geens. Hij is overtuigd van fiscale neutraliteit. Een belegging zou dus aan dezelfde belastingen onderworpen moeten zijn als een spaarboekje, d.w.z. onbelast voor de eerste 1880 EUR inkomsten. Een mooi cadeau voor de kleine belegger!

Het is een dom idee. Hij wil zogezegd de economie stimuleren. Alsof 'slapend geld' op de spaarboekjes de economie niet stimuleren! Dat geld ligt niet in een schuif te wachten, slechts 17% wordt aangehouden. Met 83% gaat de bank multipliceren door beleggingen en leningen. Dat is slim, want een bank kan informatie verzamelen voor die activiteiten. Een particulier kan dit niet, en het is misdadig iets anders voor te houden! Een bank zal wijs beleggen, anders is ze haar geld kwijt (welja...), een individu zal soms aan het gokken slaan, mede gesterkt door onvolledig advies van de bank (die daar baat bij heeft!). Het resultaat zijn domme investeringen en waarschijnlijk pijnlijke verliezen voor kleine spaarders.

Het vrijstellen van de belastingsvrije som voor beleggingen stuurt de kleine spaarder naar een product waar ze het risico niet van kan inschatten. Een spaarboekje activeert het geld net zo goed, maar doet beroep op de expertise die bij een bank aanwezig zou moeten zijn.

3. Verlengen van de maaltijdcheques

Maaltijdcheques zijn bedoeld als fiscaal alternatief voor een bedrijfsrestaurant. Als de schaal van een bedrijf dit toelaat, kan men daar voordelig eten, want het bedrijf hoeft in die activiteit geen toegevoegde waarde te creëren en de BTW op zo'n maaltijd is dus verwaarloosbaar. Hoogstwaarschijnlijk is het ook nog eens fiscaal aftrekbaar voor het bedrijf - een blunder, maar goed.

Met een maaltijdcheque krijg je een gelijkaardig effect: de werknemer krijgt een deel onbelast loon ter beschikking om een maaltijd te verbruiken, uit huis of zelf bereid op basis van aankopen in de voedingszaken. Tegenwoordig worden maaltijdcheques echter ongeveer overal geaccepteerd. Dat is logisch, want het zijn gewoon vouchers voor geld. Daar komt nog bij dat ze nu een jaarlang geldig blijven. Sommigen willen ze zelfs elektronisch uitgeven. Er is dus geen verschil meer met loon.

Dat is slecht, want er zijn geen afgeleide rechten op gebaseerd, en het verhoogt de belastingsdruk op de lonen zelf. In feite moet een maaltijdcheque het nut van een bedrijfsrestaurant immiteren en enkel inzetbaar zijn in een periode van aankopen (bijvoorbeeld 1 week) en voor middelen die kunnen bederven. Bovendien zou een niet geïnde maaltijdcheque ook niet aangerekend mogen worden bij de werkgever - anders worden de maaltijdchequebedrijven slapend rijk. Ik weet niet of dit nu het geval is. 

Door het verlengen van de maaltijdcheques wordt de belastbare basis van de lonen feitelijk kleiner en verhoogt de op die basis geobserveerde belastingsdruk.

4. Afschaffen van de provincies

Ongeveer alle politieke partijen zijn het eens over de afschaffing van de provincies. In de plaats moeten gemeenten vergroten en krijgt de gemeenschap / het gewest ruimere bevoegdheden.

Dat is slecht! Voor een burger is het niet steeds van belang alles rond de grote markt beschikbaar te hebben. Een schaatspiste, zwembad, shopping center, etc. situeert zich al eens op de rand van een gemeente en levert dus ook nut op voor de buurgemeentes. Dat blijft zo voor fusiegemeentes. Anderzijds zal het middenveld zich typisch wél op gemeente- of wijkniveau ontwikkelen. Een fusiegemeente verandert daar niet veel aan. Het enige nut van een fusiegemeente is dat er op grotere schaal schaalvoordelen zijn, en er meer politiek talent beschikbaar is in een grotere gemeente. Die rol kan een provincie echter perfect op zich nemen.

Die gemeentepolitiek geeft echter een invulling aan het wettelijk kader dat op een hoger niveau geregeld wordt. De gemeenschap / het gewest, of de federatie moet zich daar niet mee bezig houden. Een mooi voorbeeld zijn de GAS-boetes: particularisme op gemeentelijk niveau en juridisch geklooi op federaal niveau. Als de provincie een duidelijke invulling zou geven, aangepast aan de realiteit in haar gemeenten, dan zou dit een nuttige hervorming van de gemeentereglementen kunnen zijn. Denken vanuit de provincie vermijdt verder een homogeniserend effect op de landsdelen: binnen een gewest moet er ook concurrentie bestaan, zonder in het particularisme van de gemeentes te vervallen. Provincies lijken een geschikt tussenniveau voor België. De gemeenschappen / gewesten daarentegen zijn het overtollige vet.

Het afschaffen van de provincies is een stap terug naar een regime waar alles geregeld wordt op één niveau, dat tot stand komt door separatisme, en geeft oneigenlijke macht aan gemeenten die zullen vervallen in particularisme.

5. Pleidooi voor holebi-gelijkheid

Laatste was er een campagne voor het gelijk bekijken van holebi's en hetero's. Via een test kon je vaststellen dat er geen uiterlijke verschillen waren. Ik kan hier kort over zijn: als er wél uiterlijke verschillen zijn, dan vervalt de premisse van de campagne. Bovendien mogen er bijgevolg geen uiterlijke verschillen zijn, wat bepaald beperkend is voor de expressie-rechten van elke maatschappelijke subgroep. Ik betreur dat. Als holebi's gelijk zijn aan anderen, dan is er per definitie geen discussie. Als ze ongelijk zijn, dan moeten we dààr mee leren omgaan. Oksels scheren: evident, zegt u?

Het pleidooi voor holebi gelijkheid onderdrukt de mogelijkheid tot de expressie van diversiteit.

6. Hervorming secundair onderwijs naar orientatiescholen

Onlangs is de mogelijkheid gecreëerd om middelbare scholen te hervormen zodat ze op verschillende niveaus een orientatie aanbieden. De motivatie is dat early tracking moet worden tegengegaan: een keuze voor TSO nu zou een keuze voor het leven zijn. Men versterkt net dit effect!

Vroeger studeerden jongens en meisjes 'nutteloze' richtingen zoals Latijn en Grieks. Dat zorgde voor 'humaniora': vermenselijking dankzij een zeker cultureel canon. Verder is het enkel een test van cognitieve capaciteiten, met meer dimensies dan IQ alleen (vb. ook doorzettingsvermogen, planning, taalintelligentie, etc.). Aan de universiteit kon je nog alles worden. Mij hebben ze wijsgemaakt dat dit niet zo was, maar men had ongelijk! Men wil echter dolgraag naar zo'n systeem waarin je domein al in de eerste of tweede graad bepaald is: techniek, handel, talen, etc. Heel toevallig zijn sectoren zo georganiseerd. Heel toevallig is er een verschillende rent in die verschillende domeinen. Het zal dan ook geheel toevallig zijn als het ene domein al heel vroeg de beste leerlingen aantrekt, en het andere domein mensen voorbereid op een lager salaris. Ondertussen mist men de kans om mensen te maken: het gaat van kinderen naar slaven in één stap.

De hervorming van het secundair onderwijs vervroegt het early tracking probleem.

7. Fiscaal voordeel auto's met lage CO2 uitstoot

De regering Di Rupo I heeft bedrijfswagens met een lage CO2 uitstoot een hogere fiscale aftrek toegewezen. Dat dit een snertmaatregel is, is onmiddellijk duidelijk als je een brochure van een willekeurige autofabrikant bekijkt: ongeveer alle wagens, op de E-klasse na, zitten in de hoogste schijf. Het ware beter die schijven relatief te maken ten opzichte van de mediane uitstoot van bedrijfswagens verkocht in het voorgaande jaar. Op die manier is er stelselmatig een neerwaartse trend die niet kan ingehaald worden door de voortdurende technologische verbetering die auto's milieuvriendelijker (maar niet milieuvriendelijk!) maakt.

Hoe dan ook, het belastingsvoordeel voor bedrijfswagens is oneigenlijk. Het lijkt op het maaltijdchequeprobleem, maar het is gemakkelijker af te bakenen: private verplaatsingen zijn op eigen kosten.

Het fiscaal voordeel voor auto's met een lage CO2 uitstoot mist zijn doel: er komen méér auto's bij, met een uitstoot die gelijk is aan de uitstoot die zonder het voordeel zou gerealiseerd worden.